Logo
Image
© DGJ

Frederik Ehling

ARCHITECTENGESPREK

> Frederik Ehling, architect en medeoprichter, DGJ Architektur

// DGJ Architektur staat al ruim 25 jaar voor vernieuwende benaderingen binnen de duurzame woningbouw. Met het studentenwoongebouw Collegium Academicum op het voormalige US-hospitalterrein in Heidelberg realiseerde het bureau een toekomstgericht modulair houtbouwproject.

Het ontwerp verbindt sociaal engagement, architectonische flexibiliteit en ecologische verantwoordelijkheid. Houtbouw, circulaire principes, low-tech strategieën en een hoge mate van prefabricage vormen daarbij het fundament.

Flexibel, participatief en duurzaam: Het Collegium Academicum in Heidelberg

In gesprek met Frederik Ehling, DGJ Architektur

Sinds de oprichting in 1999 werkt DGJ Architektur in participatieve ontwerp- en bouwprocessen aan nieuwe woonvormen en innovatieve concepten voor collectief wonen. Tot de belangrijkste projecten behoren het coöperatieve woonproject WohnWerk in Mannheim en het woningbouwproject Gemeinsam Suffizient Leben in Frankfurt am Main. Daarnaast realiseerde het bureau onder meer de transformatie van de brouwerijtoren van de Bitburger Braugruppe tot een flexibel kantoorgebouw.

Een belangrijk zwaartepunt ligt op duurzame bouwsystemen, het doorbouwen in het bestaande en participatieve ontwerpmethoden.

Met het Collegium Academicum ontstond een zelfbeheerd studentenwoongebouw waarvan de modulaire houtconstructie maximale flexibiliteit en circulariteit mogelijk maakt. Het gebouw omvat 46 wooneenheden voor telkens vier bewoners. Elke eenheid bestaat uit een collectieve kern en vier privéruimten van circa 14 m². Dankzij verplaatsbare binnenwanden kan de ruimtelijke configuratie eenvoudig worden aangepast aan veranderende behoeften.

Het project laat exemplarisch zien hoe ecologische materiaalstrategieën, low-tech concepten en maatschappelijke ambities integraal kunnen worden samengebracht. In dit gesprek licht Frederik Ehling de ontwerpgang toe, bespreekt hij de rol van participatie en reflecteert hij op de toekomst van duurzaam bouwen voorbij louter economische logica.

Image
© Thilo Ross

Het Collegium Academicum werd in 2025 bekroond met de Deutsche Holzbaupreis.

BLACKPRINT: Het Collegium Academicum verkent nieuwe wegen naar betaalbare, zelfgeorganiseerde en ecologisch verantwoorde woonruimte. Hoe is deze opdracht ontstaan — en wat sprak u er persoonlijk in aan?

Frederik Ehling: Het initiatief kwam van een groep studenten die zelf de gespannen woningmarkt ervoeren en besloten het probleem gezamenlijk aan te pakken. In het kader van de start van de Internationale Bauausstellung in Heidelberg organiseerden zij een workshop met verschillende architectenbureaus om hun ideeën te structureren en eerste doelstellingen te formuleren.

Er lag geen uitgewerkt programma van eisen, zoals bij een klassieke investeerder. De studenten moesten eerst helder krijgen wat zij precies wilden. Uiteindelijk kozen ze voor ons omdat er inhoudelijk en persoonlijk een sterke klik was. We deelden hun visie op participatie, gemeenschappelijkheid en duurzaamheid.

Daarbij speelde ook het onderzoeksproject van Hans Drexler, oprichter van DGJ Architektur, een belangrijke rol. Hij ontwikkelde een metaalvrij massief houtbouwsysteem op basis van traditionele houtverbindingen, uitgevoerd uitsluitend met houten pennen en deuvels. Dit systeem, Open Architecture, overtuigde de groep. Vanaf dat moment ontwikkelden we het project stap voor stap samen.

Image
© DGJ

De houtconstructie is volledig uitgevoerd met metaalvrije houtverbindingen.

BLACKPRINT: Welke stappen waren vervolgens doorslaggevend voor de ontwikkeling van het ontwerp?

Frederik Ehling: In een reeks intensieve workshops hebben we samen met de studenten de randvoorwaarden uitgewerkt en vastgelegd in een helder eisenpakket. Subsidiecriteria – zoals maximaal vier bewoners per wooneenheid en minimaal 14 m² per kamer – hielpen om het ontwerp te structureren.

We ontwikkelden eerst een prototype voor een vierpersoons-wooneenheid dat seriematig herhaalbaar is. Vanuit dat prototype ontstond uiteindelijk een gebouw voor 176 studenten, verdeeld over 46 wooneenheden.

Opmerkelijk is dat we de gebouwvorm niet klassiek vanuit stedenbouwkundige logica hebben ontwikkeld. We zijn begonnen bij materiaal, constructie en concrete woonbehoeften – en hebben daaruit de architectonische vorm afgeleid. De gevel met beweegbare houten lamellen maakt de dynamiek van het gebruik ook aan de buitenzijde zichtbaar.

BLACKPRINT: Hoe is een wooneenheid precies opgebouwd?

Frederik Ehling: Elke wooneenheid is georganiseerd rond een centrale gemeenschappelijke ruimte. Daaromheen liggen de privéruimten en sanitaire voorzieningen.

De kamers bestaan uit twee delen: een vaste kernzone met bed, kast en werkplek, en een flexibele zone van circa 7 m². Deze kan naar wens worden geopend, afgescheiden of opnieuw ingedeeld. Binnenwanden kunnen door de bewoners zelf worden verplaatst of aangevuld, zodat iedere woongroep de ruimte-indeling gezamenlijk kan bepalen.

© DGJ
© Thilo Ross

Het gebouw omvat 46 wooneenheden, telkens opgebouwd rond een collectieve kern met maximaal vier privéruimten.

BLACKPRINT: Houtbouw, circulariteit, low-tech en prefabricage spelen een sleutelrol. Hoe weegt u dit in het kader van duurzaamheid?

Frederik Ehling: Het gebouw is opgezet als een skeletconstructie van geprefabriceerde houten elementen van drie meter hoog en tot twaalf meter lang. Deze bouwmethode maakt niet alleen flexibele indelingen mogelijk, maar zorgt ook voor een efficiënte inzet van grondstoffen.

Door de monomaterialiteit – vrijwel volledig hout – is het gebouw schoon te demonteren, herbruikbaar en circulair. Samengestelde bouwsystemen hebben we bewust vermeden om toekomstige aanpassingen of demontage niet te bemoeilijken. Beton is slechts beperkt toegepast in de fundering en in de galerijen voor de vluchtwegen.

Zo combineert het systeem ecologische materiaalstrategieën met hoge aanpasbaarheid en langdurige bruikbaarheid.

© Thilo Ross
© Thilo Ross

De binnenhof fungeert als gemeenschappelijke buitenruimte voor de bewoners.

BLACKPRINT: Ziet u houtbouw als sleutel tot duurzaam bouwen?

Frederik Ehling: Zeker. Hout slaat CO₂ op, is herbruikbaar en leent zich uitstekend voor circulair bouwen. Voor ons is een sorteerbare, monomateriële constructie essentieel. Dat maakt toekomstige aanpassing, hergebruik en demontage mogelijk.

De prefabricage verkort bovendien de bouwtijd aanzienlijk en reduceert energie- en materiaalgebruik op de bouwplaats. In combinatie met metaalvrije verbindingen, doordachte low-tech strategieën en maximale flexibiliteit is een gebouw ontstaan dat zowel ecologisch als functioneel duurzaam is.

De langere ontwerpfase met intensieve participatie betaalde zich terug in kwaliteit en tevreden gebruikers.

BLACKPRINT: En hoe verhouden de kosten zich?

Frederik Ehling: Dat konden we realiseren doordat het project kostendekkend, maar zonder winstoogmerk is uitgevoerd. Meerprijs ontstaat alleen bij hogere afwerkingsniveaus. Ook energetisch presteert het gebouw sterk: het benadert passiefhuisniveau, waardoor verwarming slechts enkele dagen per jaar nodig is. Dat toont aan dat economisch én ecologisch verantwoord bouwen haalbaar is.

BLACKPRINT: Hoe ervaren de bewoners het gebouw vandaag?

Frederik Ehling: Er zijn eigenlijk twee niveaus. Ten eerste is het gebouw in het kader van het onderzoeksprogramma Variowohnungen van het Bundesinstitut für Bau-, Stadt- und Raumforschung onderzocht als één van circa twee dozijn projecten. De resultaten zijn daardoor systematisch gedocumenteerd en evidence-based uitgewerkt.

Daarnaast loopt er een psychologisch langetermijnonderzoek met enquêtes onder de bewoners. De directe feedback is zeer positief. Studenten waarderen vooral de mogelijkheid om de ruimte-indeling actief mee vorm te geven.

In het begin was er terughoudendheid rond de geluidsisolatie. Maar na tests konden bewoners ter plaatse ervaren hoe goed de constructie functioneert. De wanden zijn vrijwel vergelijkbaar met reguliere droogbouwwanden. Eén student heeft de flexibele wand binnen een jaar zelfs elf keer verplaatst — afhankelijk van behoefte en gebruik.

Zo fungeert het gebouw als een levend laboratorium voor collectief en zelfbeschikt wonen.

© DGJ
© DGJ
© Thilo Ross
© Thilo Ross

In de plattegronden van de begane grond (beeld 1) en de eerste verdieping (beeld 2) is de flexibele organisatie van de wooneenheden goed zichtbaar. Op de begane grond bevindt zich bovendien een ruimte voor seminars, lezingen en andere activiteiten (beeld 3 en 4).

BLACKPRINT: Die flexibiliteit is werkelijk uitzonderlijk. U hebt hier dus in zekere zin pionierswerk geleverd…

Frederik Ehling: Ja, absoluut. Het project is een prototype voor nieuwe benaderingen in de woningbouw, met een hoge mate van duurzaamheid en flexibiliteit. Daarbij hebben we niet alleen een gebouw gerealiseerd, maar ook processen en constructieve systemen ontwikkeld die zich eveneens bij andere bouwopgaven laten toepassen.

Een vergelijkbare aanpak hebben we bijvoorbeeld gevolgd bij het coöperatief georganiseerde project WohnWerk in Mannheim en bij het woningbouwproject Gemeinsam Suffizient Leben in Frankfurt am Main. Ook daar heeft de metaalvrije houtbouwconstructie ons veel ontwerptijd bespaard en flexibel opschaalbare plattegronden mogelijk gemaakt.

Image
© DGJ

Het coöperatieve woonproject WohnWerk is opgezet als een vijflaagse houtbouw met flexibel indeelbare plattegronden.

BLACKPRINT: Seriële prefabricage is geen nieuw idee — het Bauhaus experimenteerde er al mee.

Frederik Ehling: Dat klopt. Al honderd jaar geleden werd hiermee geëxperimenteerd. Na de jaren zestig en zeventig kreeg seriële bouw een negatief imago. Inmiddels beschikken we over andere materialen, meer kennis en een sterkere duurzaamheidsfocus. Daarmee kunnen we deze principes opnieuw inzetten — aangepast aan hedendaagse woonbehoeften.

Image
© Thilo Ross

Het woonproject Gemeinsam Suffizient Leben in Frankfurt am Main combineert individuele ontwikkelingsruimte met collectieve woonvormen.

Image
© Thilo Ross

De Raumkante in de Heidelberger Südstadt is gerealiseerd in geprefabriceerde houtskeletbouw. Het project biedt betaalbare woonruimte in een stedelijke context, met lage huurprijzen en een hoge energie-efficiëntie.

BLACKPRINT: Wat verbindt de uiteenlopende projecten van DGJ Architektur?

Frederik Ehling: Architectuur is voor ons altijd een balans tussen ecologische, economische, sociale en culturele factoren. Duurzaamheid is daarbij niet onderhandelbaar.

Niet zozeer de energetische standaard, maar vooral de constructieve opzet bepaalt de levensduur van een gebouw. Hout speelt daarin een belangrijke rol, maar het materiaal alleen is niet doorslaggevend. Even belangrijk zijn sufficiëntie, gebruiksbehoeften en het stellen van de juiste prioriteiten.

We werken niet dogmatisch. Het gaat erom de grote hefbomen juist te bedienen; de laatste twintig procent mag een compromis zijn. Alleen zo ontstaat echte duurzaamheid.

BLACKPRINT: Waarom zien we dit soort woonconcepten nog zo weinig?

Frederik Ehling: Institutionele traagheid speelt een rol, net als beperkte ervaring met nieuwe bouwsystemen en beperkte productiecapaciteit voor modulaire houtbouw. Participatieve processen vragen bovendien tijd.

Voor studenten was het eenvoudiger omdat zij hun inzet niet hoefden door te rekenen als arbeidskosten. Voor klassieke ontwikkelaars ligt dat complexer. Toch is het principieel goed uitvoerbaar.

BLACKPRINT: Wat is er nodig om duurzaam bouwen verder te versnellen?

Frederik Ehling: Ecologische kosten worden nog te weinig meegewogen in economische afwegingen. Daardoor lijken minerale bouwsystemen op korte termijn aantrekkelijker.

Om duurzame bouwprincipes sterker te verankeren, zijn overtuigende praktijkvoorbeelden nodig — en de moed om nieuwe wegen in te slaan. Alleen zo kan worden aangetoond dat flexibele, circulaire en participatieve woonvormen realistisch én economisch haalbaar zijn.

BLACKPRINT: Hartelijk dank voor het gesprek.

Interview: Robert Uhde

Wilt u deskundig advies?

Ons team staat u graag vrijblijvend terzijde.

Meer artikelen: