Logo
Image
© Femmie van der Sluis

ARCHITECTENGESPREK

> Kees de Haan und Esther Postma, J.O.N.G. architecten

// Toenemende prijsdruk, structurele veranderingen en een gebrek aan opvolging zorgen er ook in Nederland voor dat steeds meer landbouwbedrijven stoppen. Wat achterblijft, zijn erven en boerderijen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren, maar tegelijk een enorme ruimtelijke en culturele potentie in zich dragen. Met hun kloosterproject in Jorwert – en met andere projecten – laten J.O.N.G. architecten zien hoe dit soort bestaande bouw duurzaam kan worden doorontwikkeld.

Met oog voor het landschap: transformatie van een historische boerderij in Friesland

In gesprek met Kees de Haan en Esther Postma van J.O.N.G. architecten, Balk (NL)

In het kleine Friese dorp Jorwert, bij Leeuwarden, transformeerden J.O.N.G. architecten de monumentale boerderij Westerhûs tot een eigentijds klooster voor de protestantse gemeenschap Nijkleaster. De bestaande structuren werden niet simpelweg gesloopt, maar behouden, aangevuld en opnieuw geïnterpreteerd. Zo ontstond een plek waar spiritualiteit, gemeenschap en landschap met elkaar in balans zijn. In dit gesprek leggen compagnon Kees de Haan en architect Esther Postma uit welke uitdagingen duurzaam bouwen in het landelijke gebied met zich meebrengt.

BLACKPRINT: Met uw kloosterproject in Jorwert transformeerde u een leegstaande boerderij, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 14e/15e eeuw, tot een plek van stilte en bezinning. Wat was het belangrijkste uitgangspunt voor het ontwerp?

Kees de Haan: We hebben al meerdere boerderijen verbouwd en herbestemd, maar het project in Jorwert was vanaf het begin bijzonder. Voor mij stond vast dat het gebouw niet mocht aanvoelen als “een verbouwde boerderij”, maar dat we een écht klooster wilden ontwikkelen. Tegelijk stond de boerderij natuurlijk onder monumentenzorg, dus ingrijpende veranderingen waren niet mogelijk. Daarom hebben we heel bewust gezocht naar plekken waar we de boerderijachtige uitstraling konden terugnemen, zonder de historische kern aan te tasten.

© Thijs Wolzak
© Thijs Wolzak
© Thijs Wolzak

In het kader van de verbouwing kregen de bestaande ruimtes nieuwe functies. Daarnaast zijn er een woonhuis en een gastenhuis toegevoegd. Door de eisen van monumentenzorg blijft het erf in het landschap echter nog steeds herkenbaar.

Esther Postma: We wisten natuurlijk ook dat we extra volumes zouden moeten toevoegen, en dan ligt het gevaar op de loer dat je uitkomt op “oude boerderij plus nieuwe gebouwen”. Precies dat wilden we vermijden. In plaats daarvan moest er een samenhangend ensemble ontstaan: een nieuw type als geheel, dat je ook als één geheel ervaart. Tegelijk moest de boerderij – vanwege monumentenzorg – in het landschap herkenbaar blijven. Daarom hebben we onszelf duidelijke regels opgelegd: de grote schuur moest het hoogste en bepalende volume blijven; alle nieuwbouw moest zich aan die maat en schaal onderschikken. Pas wanneer je dichterbij komt, wordt duidelijk: dit is geen boerderij meer, maar een nieuwe spirituele plek.

BLACKPRINT: Hoe bent u vervolgens te werk gegaan om die ambitie rond spiritualiteit en gemeenschapsleven vorm te geven?

Kees de Haan: In de aanloop hebben we verschillende kloosters bezocht, waaronder ook gebouwen van de benedictijner monnik en architect Dom Hans van der Laan. Hij heeft naast theoretische teksten ook veel sacrale gebouwen ontworpen. Dat gaf ons waardevolle inspiratie voor de manier waarop proportie en stilte – zoals je die in kloosters ervaart – te verbinden zijn met de historische boerderijstructuur.

Daarna stonden we voor de uitdaging om de benodigde functies logisch in de bestaande bouw te integreren. Het hart van het complex vormt nog altijd de zorgvuldig gerestaureerde schuur met het diep doorlopende schilddak, het karakteristieke vakwerk en het woondeel dat aan de oostzijde is aangehecht. Direct naast de hoofdingang ligt de keuken, die haar oorspronkelijke functie heeft behouden; in de twee hoger gelegen woonvertrekken is een bibliotheek ondergebracht.

Een heel belangrijk element is bovendien de kloostergang met kloostertuin – typologisch gezien essentieel. Al in onze eerste schetsen zagen we dat dit thema mooi te koppelen was aan de ritmiek van het schuurgewelf; die combinatie voelde meteen vanzelfsprekend. Zo ontstond een U-vormige kloostergang, die langs drie zijden loopt, een beschutte binnenhof omsluit in het hart van het complex en naar het westen toe halfopen blijft.

© JONG architecten
© Thijs Wolzak

Een centraal onderdeel van het nieuwe klooster is de U-vormige kloostergang langs drie zijden, die een beschutte binnenhof omsluit in het centrum van het ensemble.

Image
© Thijs Wolzak

In de bestaande bouw (rechts) is onder andere de eet- en evenementenruimte ondergebracht.

Image
© Thijs Wolzak

Links in beeld is de nieuw toegevoegde bouwmassa met de gastenverblijven te zien.

BLACKPRINT: Andere belangrijke functies zijn een eet- en evenementenruimte en een nieuwe vleugel met gastenkamers…

Kees de Haan: De eetzaal hebben we in de oude schuur ondergebracht; de gastenverblijven liggen in een nieuwbouwvolume met een lessenaarsdak dat aan de achterzijde afloopt. De kamers zijn bewust sober gehouden en bieden een wijds uitzicht over het omliggende landschap. In alle onderdelen wilden we oud en nieuw in balans brengen. Zo hebben we het metselwerk van de nieuwbouw met een dunne sliblaag afgewerkt om verschillen te verzachten en een rustig totaalbeeld te creëren. Ook hebben we de toegevoegde houten elementen onbehandeld gelaten, om de ruimtelijke sfeer eenvoudig en verstild te houden.

Image
© Thijs Wolzak

Het metselwerk van de nieuw toegevoegde bouwmassa’s is met een dunne afwerking behandeld om verschillen te egaliseren en een rustig totaalbeeld te creëren.

BLACKPRINT: In het ontwerp springt vooral het grote raam in de eetzaal in het oog…

Kees de Haan: Ja, de eet- en evenementenruimte hebben we als een box-in-box-volume geïntegreerd en de zuidgevel geopend met een grote glaspartij. Vanaf daar kun je nu het weidse landschap ervaren. Vroeger stonden daar de koeien – die vonden dat niet interessant. Maar als mens wil je daglicht en wil je de verbinding met de omgeving voelen.

Image
© Thijs Wolzak

In de eetzaal en evenementenruimte biedt een grote glaspartij vrij uitzicht op het weidse landschap.

BLACKPRINT: Een bijzondere plek is ook de kleine kapel in de kelder. Hoe is dat idee ontstaan?

Kees de Haan: In de historische boerderij was een melkkelder: een koele opslagruimte, met een gewelfd plafond. Die ruimte leende zich perfect voor een kleine, intieme kapel met plek voor ongeveer vijftien personen. Zodra je daar beneden bent, voel je meteen dat er iets bijzonders gebeurt. Soms wordt er gebeden of gezongen; dat geeft een heel eigen sfeer. Tegelijk is het natuurlijk totaal anders dan de vroegere functie als melkruimte. Des te opmerkelijker is het dat beide functies in dezelfde ruimte overtuigend “kloppen”.

BLACKPRINT: Daarnaast is er nog een tweede kapel, buiten in de tuin…

Esther Postma: Ja, dat was een heel interessante opgave. De gemeenschap had oude kloostermoppen uit verschillende Friese kloosters verzameld en wilde daarmee een kapel bouwen. Onze uitdaging was om daarvoor een vorm te vinden die zich vanzelfsprekend in het landschap voegt.

Zo ontstond het idee om een oude voersilo te hergebruiken en die naar de nieuwe locatie te verplaatsen. De kloostermoppen hebben we vervolgens aan de binnenzijde verwerkt. Wanneer je de silo binnengaat, laat je het landschap achter je en richt je blik zich vrijwel automatisch omhoog, naar de hemel – als tegenhanger van de intieme kapel in de kelder.

Image
© Thijs Wolzak

In de voormalige melkkelder integreerden de architecten een kleine, intieme kapel met plaats voor ongeveer vijftien personen.

BLACKPRINT: Zulke oplossingen vragen waarschijnlijk om een nauwe samenwerking met de kloostergemeenschap?

Esther Postma: Absoluut. Bij de voersilo hadden we aanvankelijk eigen ideeën en schetsen, maar op een gegeven moment heeft de kloostergemeenschap de uitvoering zelf opgepakt. Dat is juist het mooie: gemeenschapszin ontstaat doordat mensen zélf meedoen. Als wij als architecten hadden gezegd: “Wij regelen het wel, we halen een aannemer en leveren een kant-en-klaar resultaat op”, dan was er een heel ander gevoel ontstaan. Nu konden zij zelf bijdragen; wij hebben vooral gestructureerd, begeleid en ondersteund. Zo ontstaat betrokkenheid – en uiteindelijk is het echt hún klooster geworden.

BLACKPRINT: Ook in Duitsland staan boerderijen leeg en vervallen. Ziet u dit project als voorbeeld voor hoe je met dit soort bestaande bouw om kunt gaan?

Kees de Haan: Zeker. De boerderij in Jorwert is niet uniek in het Friese landschap. Als het een eenmalig monument was geweest, hadden we waarschijnlijk heel anders gehandeld. Maar omdat er genoeg vergelijkbare boerderijen in oorspronkelijke staat bestaan, hadden we meer vrijheid en konden we de verwijzing naar de boerderijtypologie iets terugnemen.

Tegelijk was het voor ons essentieel om de ecologische waarde van de bestaande bouw te benutten: waar het kon, hebben we bestaand materiaal hergebruikt en alleen gericht aangevuld. Zo wordt de boerderij niet alleen cultureel, maar ook vanuit duurzaamheidsperspectief voortgezet. Dit project laat zien dat boerderijen ook voor heel andere, soms verrassende functies uitstekend geschikt zijn.

BLACKPRINT: In IJlst heeft u eerder een historische boerderij getransformeerd tot een woning met twee wooneenheden. Welke inzichten uit dat project kon u in Jorwert toepassen?

Kees de Haan: De boerderij in IJlst was formeel geen monument, maar had prachtige oude muren en balken. Die hebben we behouden, omdat ze waardevol zijn en authentiek. In tegenstelling tot het klooster is dit echter een privéwoning, met een heel andere sfeer en uitwerking: veel gedetailleerder, met interieurontwerp en kleurgebruik – eerder luxueus.

Image
© Thijs Wolzak

De boerderij in IJlst hebben de architecten getransformeerd tot woonhuis.

© Thijs Wolzak
© Thijs Wolzak

In het interieur van de boerderij in IJlst hebben de architecten het box-in-box-principe toegepast.

BLACKPRINT: Uw kantoor is ook gevestigd in een oude smederij. Wat fascineert u aan dit soort projecten?

Kees de Haan: Oude gebouwen hebben altijd elementen die je nooit zo zou ontwerpen: dingen die in het begin storend kunnen lijken, maar die het gebouw uiteindelijk uniek maken en een verhaal geven. Dat krijg je er als het ware cadeau bij.

Esther Postma: Dat geldt ook voor ons eigen kantoor. Als je hier rondloopt zie je dat er verschillende ruimtes waren, verschillende plafondkleuren, sporen van eerdere gebruikers. Je schrijft de geschiedenis als het ware verder – dat is iets wat in nieuwbouw nooit op die manier gebeurt. Tegelijk hebben we hier ook moderne oplossingen toegepast om het energieverbruik te beperken. We gebruiken bijvoorbeeld zonnecollectoren en verwarmen met aquathermie. Daarnaast hebben we een dampopen isolatie aangebracht en nieuwe ramen achter de oude gietijzeren ramen geïntegreerd. Ons kantoor is daarmee een goed voorbeeld van hoe je een oud gebouw modern, comfortabel én duurzaam kunt gebruiken.

BLACKPRINT: Welke rol speelt het feit dat uw bureau hier in een meer landelijke regio gevestigd is?

Kees de Haan: Ik denk dat je juist op het platteland oude technieken en tradities opnieuw kunt oppakken of kunt combineren met moderne technieken. Zo kun je bijvoorbeeld ervoor kiezen om alleen afzonderlijke ruimtes te verwarmen in plaats van een heel huis. Ook maakt de vaak kleinere schaal van projecten het mogelijk om te experimenteren op een manier die in grote projecten nauwelijks kan. Denk aan gemetselde funderingen of aan het gebruik van lokaal geproduceerde materialen.

© Thijs Wolzak
© Thijs Wolzak
© Thijs Wolzak

Het eigen kantoor richtten de architecten in een verbouwde voormalige smederij in.

Esther Postma: Belangrijk is wel dat je mensen daarin meeneemt. Ons doel is om bewustzijn te creëren voor het landschap. Dat betekent bijvoorbeeld dat we intensief nadenken over oplossingen voor bodemdaling in veenlandschappen, of nieuwe materialen uitproberen zoals rietisolatie. Dat opent veel spannende mogelijkheden voor duurzaam bouwen en vooral ook voor circulair bouwen – een thema dat voor ons heel belangrijk is.

BLACKPRINT: Waar werken jullie op dit moment aan?

Kees de Haan: We werken momenteel aan een heel interessant duurzaam project. Het begon met een boerderij die te dicht bij een drukke weg stond, precies op de plek waar een rotonde moest komen. De gemeente bood de eigenaar aan de boerderij op te kopen en ongeveer honderd meter verderop een nieuw huis te bouwen. Voor ons ontstond de kans om het sloopmateriaal direct ter plekke te hergebruiken: alle bakstenen en dakpannen konden we opnieuw inzetten en aanvullen met moderne materialen, zoals nieuwe isolatie.

Bijzonder is ook dat de opdrachtgever zelf stenen heeft schoon geklopt. Het zijn stenen uit het ouderlijk huis waarin hij geboren is en is opgegroeid – deels nog met mortelresten en oude initialen van de familie. Die stenen hebben nu een speciale plek gekregen in zijn werkkamer. Zo hebben we niet alleen duurzaamheidswinst geboekt, maar is er ook een emotionele band ontstaan met iedere afzonderlijke steen.

BLACKPRINT: Zou u die verbinding tussen oud en nieuw typerend noemen voor uw bureau?

Kees de Haan: Ja, die liefde voor het oude en die combinatie van oud en nieuw kenmerken ons bureau. We herkennen kwaliteiten in bestaande gebouwen en verbinden die met nieuwe ingrepen. Dat is begonnen bij onze oprichter Jelle de Jong, die gefascineerd was door monumenten. Tegelijk was er bij ons altijd ook een sterke interesse in moderne architectuur. Die combinatie hebben we gaandeweg verder verfijnd. Westerhûs is in dat opzicht heel bijzonder, omdat het al onze ervaring met restauratie van oude boerderijen samenbrengt met een persoonlijke fascinatie voor eenvoudige architectuur.

BLACKPRINT: Welke fase van het werk vindt u zelf het mooist?

Kees de Haan: Ik vind vooral het begin van een project het meest spannend: de eerste briefing, het aftasten van mogelijkheden in schetsen. Dat is een moment vol energie en plezier.

Esther Postma: Dat herken ik. Ik vind het geweldig om opdrachtgevers te verrassen en te zien hoe ze reageren op de eerste ideeën!

BLACKPRINT: Hartelijk dank voor het gesprek!

Het interview werd afgenomen door Robert Uhde.

Wilt u deskundig advies?

Ons team staat u graag vrijblijvend terzijde.

Meer artikelen: