BLACKPRINT: En welke landspecifieke verschillen ziet u op het gebied van regelgeving? Is het werkelijk zo dat er in Nederland minder bureaucratie rond de bouw bestaat? Wat zouden we in Duitsland hiervan kunnen leren? En welke hoop vestigt u op het nieuwe gebouwtype E, dat de Duitse overheid momenteel wil invoeren om het bouwen hier eenvoudiger en sneller te maken?
Markus Sporer: Wat regelgeving betreft, zijn de Nederlanders zeker in het voordeel. Er zijn daar namelijk veel minder en vooral minder tegenstrijdige voorschriften dan bij ons. Dit komt alleen al doordat we in Duitsland te maken hebben met alle verschillende bouwverordeningen van de deelstaten, evenals aanvullende DIN-normen en technische beheersvoorschriften, die bovendien ook nog eens op elkaar aansluiten. Ook hier geldt: in Duitsland willen we altijd 110 procent bereiken; minder is voor ons niet goed genoeg. Dit is in veel gevallen erg belemmerend en staat vaak ook haaks op onze verantwoordelijkheid met betrekking tot duurzaamheid en het gebruik van hulpbronnen. Maar ik vrees dat we niet anders kunnen. Een veelzeggend voorbeeld in dit verband is dat we speciaal een nieuw gebouwtype moeten ontwikkelen om de bestaande wirwar aan wettelijke regelingen te omzeilen. We creëren als het ware een bypass, omdat we de bestaande regels niet meer kunnen oplossen. Dat is eigenlijk bijna absurd. Los van de manier waarop het tot stand is gekomen, is de nieuwe standaard natuurlijk wel toe te juichen. Het zal ons helpen om aanzienlijk pragmatischer oplossingen te ontwikkelen, bijvoorbeeld met betrekking tot toegankelijkheid of geluidsisolatie. Concreet kan een plafond daardoor weer worden ontworpen op basis van zijn statische eisen en niet op geluidsisolatie, waardoor het in totaal dunner kan worden. Dit bespaart grondstoffen en geld.