Logo
Image
© Frederik Laux

Martin Haas

ARCHITECTENGESPREK

> Martin Haas, haascookzemmrich STUDIO 2050

//  Voor haascookzemmrich STUDIO 2050 is duurzaamheid meer dan een technisch concept: het bepaalt de ontwerplogica, de materiaalkeuze en de manier waarop gebouwen worden gebruikt. In de twee projecten voor Rapunzel en Alnatura vloeien binnen- en buitenruimten, kantoor- en bezoekersfuncties, en publieke en private zones samen tot één ruimtelijke totaalervaring. Door de zorgvuldige inpassing in het landschap en het gerichte gebruik van natuurlijke materialen ontstaat architectuur die niet alleen grondstoffen spaart, maar ook met alle zintuigen beleefd kan worden.

Duurzaam met alle zintuigen

In gesprek met Martin Haas van haascookzemmrich STUDIO 2050 uit Stuttgart

Met het bezoekerscentrum voor Rapunzel in Legau en de Alnatura Campus in Darmstadt realiseerde het bureau uit Stuttgart twee veelbesproken nieuwbouwprojecten voor bekende biologische merken. In dit gesprek licht bureaupartner Martin Haas toe welke conceptuele en bouwkundige uitdagingen daarbij kwamen kijken, hoe lokale ambachtsbedrijven al vroeg in het proces werden betrokken — en hoe architectuur hier uitgroeit tot een integrale ervaring voor medewerkers en bezoekers.

BLACKPRINT: Meneer Haas, met het bezoekerscentrum voor Rapunzel in Legau heeft u een plek gecreëerd waar architectuur, merk, bezoekersstromen en duurzaamheid organisch samenkomen. Welke gedachte zit achter de architectuur en hoe weerspiegelt die de filosofie van Rapunzel?

Martin Haas: Het bedrijf wekt veel belangstelling bij zijn klanten. Veel mensen willen ter plekke ervaren hoe duurzame, ecologische landbouw werkt. In nauw overleg met de opdrachtgever wilden we daarom een huis vol ontdekkingen creëren. Aan de buitenzijde verwelkomt het grote, zwevende dak de bezoekers als een overkoepelend gebaar dat alles met elkaar verbindt. Binnen ontvouwt zich een rijk programma met een biomarkt, bakkerij, café, koffiebranderij, tentoonstelling, wijnkelder, een groene daktuin en ruimtes voor scholing en yoga. Alle functies worden met elkaar verbonden door een vijftien meter hoge houten wenteltrap — onze ‘Rapunzel-vlecht’ — die alle verdiepingen met elkaar verbindt en uitkomt op een dakterras met uitzicht over het landschap.

© Markus Guhl
© Markus Guhl

Het grote zwevende dak in combinatie met het open dakterras bepaalt het beeld van het gebouw naar buiten toe.

BLACKPRINT: U spreekt in relatie tot dit project over vier kernpunten: werken met regionale partners, een bijna sprookjesachtige kwaliteit, de relatie met het landschap en intensief gebruik. Kunt u toelichten wat u daarmee bedoelt?

Martin Haas: Bij het eerste punt ging het vooral om transport en om de betrokkenheid van lokale ambachtsbedrijven. Uit eerdere projecten wisten we dat transport bij duurzaam bouwen een doorslaggevende factor kan zijn. Daarom wilden we voor houtbouw, gevel en interieurbouw vooral werken met bedrijven en vakmensen uit een straal van ongeveer twintig kilometer, en hen ook betrekken bij de technische uitwerking van details. Dat was een boeiend proces, dat deed denken aan vroegere manieren van werken waarin vakmanschap veel directer deel uitmaakte van de architectuur. Die aanpak proberen we inmiddels ook op andere projecten over te brengen: los van de regionale samenwerking willen we ambachtelijke kennis zo vroeg mogelijk opnemen in het ontwerpproces. Dat heeft zich sterk bewezen.

BLACKPRINT: Bij het bezoekerscentrum in Legau spelen daarnaast ook de thema’s sprookjesachtigheid en landschap een belangrijke rol. Hoe vertaalt zich dat in het gebouw?

Martin Haas: Die sprookjesachtige sfeer wilden we heel subtiel voelbaar maken — via de vormen van de ramen, het opgaande dak en de centrale wenteltrap. Vanuit de associatie met de naam ‘Rapunzel’ ontstond zo een poëtische, bijna verhalende kwaliteit die door het hele gebouw loopt. Net zo belangrijk was voor ons de inbedding in het landschap. De gebouwvorm ontwikkelde zich als een compositie van drie vleugels. Het dak lijkt boven het maaiveld te zweven, zorgt voor schaduw en grijpt terug op archetypische architectonische beelden. Voor ons was het bovendien essentieel om het dak publiek toegankelijk te maken: met begroeiing, een bloeiende daktuin en weidse uitzichten over de omgeving. Deze zone is onderdeel van de route door het gebouw en draagt bij aan een heldere bezoekersstroom.

© Markus Guhl
© Markus Guhl

Het opgaande dak en de grote trap geven de architectuur op subtiele wijze een sprookjesachtig karakter.

BLACKPRINT: Als vierde punt noemde u het langdurige gebruik van het gebouw…

Martin Haas: Ja, ons doel was een gebouw te maken dat niet alleen tussen negen en vijf wordt gebruikt. Gebouwen die alleen overdag actief zijn, staan een groot deel van de tijd leeg. Daarom hebben we de gebruiksduur bewust verruimd: met een bakkerij die al vroeg in de ochtend in bedrijf is, een café dat de hele dag geopend is en een markt voor Rapunzel-producten. Daar komen educatieve functies bij, zoals seminars, workshops en trainingen rond ecologische landbouw, maar ook een club en een wijnkelder. Zo ontstond een soort totaalvoorziening — een publiek huis waarin functies samenkomen die vroeger op het dorpsplein te vinden waren: horeca, ontmoeting, educatie en vrije tijd. Juist die gelaagdheid van functies vormt de conceptuele conceptuele basis van het project.

BLACKPRINT: Welke rol speelt de techniek in dit project?

Martin Haas: Het technische duurzaamheidsconcept was bijna een logisch uitvloeisel, omdat het bedrijf zelf al veel groene stroom en restwarmte opwekt. Daar konden we direct op aansluiten en zo het gebouw klimaatneutraal exploiteren.

BLACKPRINT: Ook de bijzondere dakbedekking springt in het oog.

Martin Haas: In de Allgäu zijn houten dakspanen typerend voor de regio — dat wilden we in de vormgeving meenemen. Klassieke houten dakspanen zouden bij een dak van deze omvang echter te onderhoudsintensief zijn geweest. Een alternatief in Canadese ceder had technisch wel gewerkt, maar was ecologisch gezien vanwege de beperkte levensduur ook niet ideaal. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een duurzame oplossing met een ambachtelijk karakter. Eerst vonden we een producent in Denemarken, maar het transport zou te omslachtig zijn geworden. Uiteindelijk kwamen we in Zwitserland uit. In Rapperswil bij Bern stond nog een oven uit 1790 waarin dakpannen werden gebakken. Samen met de fabrikant hebben we daar speciale keramische dakspanen met een individuele kleuring ontwikkeld. Het project dreigde bijna te mislukken omdat de gebruiksvergunning voor die oven afliep. Maar in een versnelde productie konden de dakspanen alsnog in een modernere oven worden voltooid — als een van de laatste producten uit die traditionele productielijn.

BLACKPRINT: Een grote uitdaging was ongetwijfeld ook de massiefhouten wenteltrap in het interieur, of niet?

Martin Haas: Dat klopt. De trap is volledig zonder staal gerealiseerd, en maar weinig bedrijven wilden dat op zich nemen. Terugkijkend zou ik die benadering vandaag genuanceerder beoordelen — ze was op onderdelen te sterk ideologisch gedreven. Een evenwichtige materiaalmix is vaak zinvoller: elk materiaal moet worden ingezet waar het zijn sterkte heeft. In dit geval bracht de omvang en complexiteit van de trap de houtconstructie echt tot haar grenzen.

BLACKPRINT: In die zin is het gebouw zelf dan ook vrij klassiek als staalbetonconstructie uitgevoerd…

Martin Haas: Ja, precies. Maar ook daar waren bijzonderheden. We vonden namelijk een lokale producent die met recyclingbeton werkt en dit project als pioniersprestatie wilde realiseren.

Image
© Markus Guhl

De grote massiefhouten wenteltrap is volledig zonder staal gerealiseerd.

BLACKPRINT: Nauw verbonden met het Rapunzel-project in Legau is de nieuwbouw van het Alnatura-hoofdkantoor, dat u enkele jaren eerder in Darmstadt realiseerde…

Martin Haas: Ja, zeker. Alnatura en Rapunzel zijn als bedrijven nauw met elkaar verbonden, en de nieuwbouw in Darmstadt fungeerde dan ook als referentie voor het bezoekerscentrum in Legau. Aanleiding voor het project was dat Alnatura zijn verspreide administratieve locaties wilde bundelen en daarbij een consequent duurzaam gebouw wilde realiseren: klimaatneutraal, opgebouwd uit hernieuwbare grondstoffen en architectonisch terughoudend. In de voorbereidende fase hebben we eerst circa vijftien locaties onderzocht, voordat we uitkwamen op een transformatieterrein direct naast het Westwald. Het microklimaat daar bood ideale omstandigheden voor natuurlijke ventilatie en koeling.

BLACKPRINT: Hoe heeft het ontwerp zich vanuit deze uitgangspunten ontwikkeld?

Martin Haas: We hebben het gebouw noord-zuid georiënteerd om zonnewinsten te beperken en de natuurlijke ventilatie te optimaliseren. Het doel was een traag gebouw dat gebruikmaakt van thermische massa — vergelijkbaar met massieve panden uit de Gründerzeit, die in de winter nauwelijks hoeven te worden geventileerd en toch aangenaam op temperatuur blijven. Al vroeg ontstond als bouwvorm een brede schuur met zadeldak, een centraal atrium en zaagtanddaken: een helder en eenvoudig ontwerp, ecologisch, functioneel en evenwichtig. Binnen zijn er geen vaste indelingen. In plaats daarvan zijn flexibele werkzones ontstaan, open pantry’s en met akoestische gordijnen af te sluiten overlegzones, die interdisciplinair gebruik ondersteunen en spontane ontmoeting stimuleren. Het daglicht stroomt door alle niveaus en versterkt het open en communicatieve karakter van het gebouw.

© Brigida Gonzalez
© Brigida Gonzalez
© Brigida Gonzalez

De Alnatura Campus in Darmstadt presenteert zich als een brede ‘schuur’ met zadeldak en een centraal atrium.

BLACKPRINT: De Alnatura Campus is het grootste kantoorgebouw in Europa met een gevel in stamp leem. Hoe kwam u tot die bijzondere materiaalkeuze?

Martin Haas: Leem heeft veel natuurlijke kwaliteiten: thermische massa, luchtzuivering en een kristallijne structuur. Daarmee is het bij uitstek geschikt voor een duurzaam kantoorgebouw. De uiteindelijke oplossing hebben we samen ontwikkeld met specialist Martin Rauch. Het bijzondere is dat we alles in het gebouw hebben teruggebracht tot het noodzakelijke: er zijn geen verlaagde plafonds en geen verhoogde vloeren. In plaats daarvan konden we de wanden gebruiken voor de verwarming, met geïntegreerde waterleidingen die worden gevoed via geothermie en een zonnedak. Het resultaat is een innovatief en ecologisch gesloten systeem.

© Brigida Gonzalez
© Brigida Gonzalez

De Alnatura Campus is het grootste kantoorgebouw in Europa met een gevel in stamp leem en geïntegreerde geothermische wandverwarming.

BLACKPRINT: Hoe reageren de gebruikers op beide gebouwen in Legau en Darmstadt?

Martin Haas: Zeer positief — ook op de lange termijn. In het begin moesten medewerkers wennen aan natuurlijke ventilatie en aan het ‘levende’ karakter van het gebouw. Inmiddels spreken ze juist over de uitzonderlijke verblijfskwaliteit, het licht en het ruimtelijke gevoel. Het gebouw wordt ervaren als een plek die identiteit geeft. De reacties bij Rapunzel waren vergelijkbaar. Beide projecten functioneren dus niet alleen architectonisch, maar ook organisatorisch.

BLACKPRINT: Momenteel werkt u aan de Leibniz-Innovationshof in Groß Kreutz…

Martin Haas: Ja, daar ligt de focus op landbouwproductie, regionale samenwerking en circulaire economie. Het plan omvat een bestuursvleugel met vezeltechnicum en een onderzoeksloods. Het ensemble oriënteert zich op regionale erfstructuren — robuuste, eenvoudige volumes, afgeleid van de plek. Om een zo hoog mogelijk duurzaamheidsniveau te bereiken, zetten we consequent in op gerecyclede materialen, hernieuwbare grondstoffen en circulaire bouwprincipes. Het doel is om zowel bouw als gebruik zo klimaatneutraal en efficiënt mogelijk te maken — van de houten draagstructuur tot de materiaalkeuze en de logistiek binnen het gebouw.

Image
© haascookzemmrich STUDIO 2050

Bij de Leibniz-Innovationshof in Groß Kreutz zetten de architecten consequent in op gerecyclede materialen, hernieuwbare grondstoffen en circulaire bouwprincipes.

BLACKPRINT: Een ander project in voorbereiding is de energetische renovatie van het gebouw aan de Königstraße 1a in Stuttgart…

Martin Haas: Het gebouw ligt tegenover het hoofdstation en moet het begin van de Königstraße markeren. We behouden de bestaande structuur grotendeels en vullen die aan met een hout-hybride constructie. De gevel wordt teruggebouwd en met enkele gerichte aanvullingen opnieuw geplaatst; de ramen worden uitgebreid tot kaderamen. Het doel is maximaal behoud van de bestaande bouw, optimalisatie van daglicht en CO₂-opslag door het gebruik van hout. De grootste uitdaging is om de bestaande structuur, hedendaagse eisen en de juridische randvoorwaarden van een publieke opdrachtgever met elkaar in evenwicht te brengen. Het project moet laten zien hoe duurzame herbestemming van binnenstedelijke gebouwen er in de praktijk uit kan zien.

Image
© haascookzemmrich STUDIO 2050

Aan de Königstraße in Stuttgart vullen de architecten een bestaand gebouw aan met een hout-hybride constructie.

BLACKPRINT: Met een heel ander soort bestaand project heeft u nu te maken bij het stadhuis van Schömberg. Welke uitdagingen spelen daar?

Martin Haas: Het stadhuis dateert uit 1790, maar verkeert in een zeer kritische staat en vertoont talrijke constructieve scheuren. Als bestaand gebouw is het daardoor niet langer draagkrachtig. Daarom hebben we besloten delen van het huis terug te bouwen, originele bouwelementen zo veel mogelijk te behouden en het gebouw in zijn historische vorm opnieuw op te bouwen. De uitvoering gebeurt in houtbouw. Veel van de oude houten onderdelen waren eerder behandeld met problematische houtbeschermingsmiddelen en moeten daarom eerst worden gereinigd en conserverend behandeld — een zeer intensief proces dat veel precisie en ervaring vraagt. Het project laat zien hoe complex duurzame herbestemming van historische gebouwen kan zijn. Vergeleken met de Königstraße in Stuttgart is de inspanning hier aanzienlijk groter.

Image
© haascookzemmrich STUDIO 2050

In Schömberg bouwen de architecten het stadhuis uit 1790 in zijn historische vorm opnieuw op, waarbij originele bouwelementen uit het bestaande gebouw opnieuw worden gebruikt.

BLACKPRINT: Misschien tot slot nog een blik vooruit: hoe ziet u de perspectieven voor duurzame architectuur — in het algemeen en voor uw eigen bureau?

Martin Haas: Voor mij is duurzaamheid de enige echte motor voor innovatie in de architectuur. Zij drijft de transformatie van de bouwsector zichtbaar vooruit. Als oprichter en vicevoorzitter van de DGNB heb ik inzicht in zowel politiek als economie, en ik zie dat duurzaamheid steeds vaker daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Niet altijd uit overtuiging, maar wel steeds vaker omdat het zich binnen de context van de Europese CO₂-taxonomie ook economisch uitbetaalt. Voor ons is dat een duidelijk signaal: duurzaam bouwen ontwikkelt zich van uitzondering tot nieuwe norm.

BLACKPRINT: Hartelijk dank voor het gesprek!

Interview: Robert Uhde

Wilt u deskundig advies?

Ons team helpt u graag, geheel vrijblijvend.

Meer artikelen: