Algemeen

Hoe zuiver is de data die wordt ingezet bij het berekenen van duurzame vraagstukken?

Project the Valley

Sinds 2015 zijn wij kennispartner van Duurzaam Gebouwd. Voor ons een belangrijk platform om kennis uit te wisselen tussen andere bouwpartners en om hier ook zelf een actieve rol in te nemen.  Regelmatig zien we vanuit dit platform interessante discussies langskomen waarin we graag aanhaken. Eerder schreef ik al eens over weeffouten in het bepalen van de waarde van teruggehaald en afgeschreven materiaal. De strekking van dit verhaal? Het lijkt meer te lonen om een product terug te halen en als afgeschreven materiaal te recyclen dan een oprecht duurzaam product te produceren.

Een andere interessant vraagstuk is aangaande de onderliggende data waaruit de mate van duurzaamheid van een product wordt bepaald. Vanzelfsprekend spelen de milieukosten van bouwmaterialen een cruciale rol. Data uit de Nationale Milieudatabase zijn hierbij van belang én bepalend. Ik vraag mij dan af:  “Hoe zuiver is de data die hiervoor gebruikt wordt en op welke manier wordt deze data getoetst?”

Veel producenten zijn afhankelijk van de juiste data van hun leveranciers

Als producent maken wij een bouwproduct vanaf de grondstof: we kopen grondstoffen in, mengen deze zelf en produceren een EPDM-folie. Alle milieustromen liggen dus bij ons. Veel data die is opgenomen in de Nationale Milieudatabase bestaat uit een clustering van meerdere producenten (cat. 2 data), hier zijn die stromen dan niet meer goed zichtbaar of men is afhankelijk van hun leverancier.

Voor ons als organisatie ligt hier een voornaam pijnpunt. Wij zijn van mening dat er niet kan worden aangetoond dat in de Nationale Milieudatabase met zuivere data wordt gewerkt. De verificatie van een EPD aan de grens vindt plaats op de gevoerde procedure en niet op de inhoud. Het aangeleverde dossier is hierbij leidend, de zuiverheid en volledigheid kan in de huidige setting niet goed worden bekeken.

De datasets achter die milieumodellen zijn echter nog steeds niet compleet. Eigenlijk staat dit nog in de kinderschoenen

Waar ik me eerst een roepende in de woestijn voelde over het belang van zuivere data, merk ik hier toch een sterke kentering. Ook binnen Duurzaam Gebouwd is hier steeds meer aandacht voor. Onlangs ben ik samen met Mantijn van Leeuwen, directeur van NIBE, geïnterviewd over dit onderwerp. Mijn mening dat de data niet zuiver is, wordt door hem onderstreept. Sterker nog, hij stelt hierin: “Tot vijf jaar geleden werd duurzaamheid niet serieus genomen en nu eigenlijk nog steeds niet. Hoewel de Europese Commissie meer geld uittrekt om hier op wetenschappelijk niveau onderzoek naar te doen, wordt dit onderzoek op relatief bescheiden schaal uitgevoerd.” Van Leeuwen ziet het met lede ogen aan. “Ons doel is om zo objectief mogelijk aan iedereen gratis eerlijke milieudata over producten te kunnen leveren, zogeheten levenscyclusanalyses. Hiervoor zijn we afhankelijk van milieumodellen, die onder meer inzicht kunnen geven over hoe erg een bepaalde emissie is. Hoe beter deze modellen zijn, hoe betrouwbaarder ons werk wordt. De datasets achter die milieumodellen zijn echter nog steeds niet compleet. Eigenlijk staat dit nog in de kinderschoenen.”

Het belang van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) op het gebied van duurzaam en circulair bouwen wordt met name duidelijk bij een blik op de Nationale Milieudatabase (NMD). In deze database staan de belangrijkste milieuprestaties van producten in de vorm van een Environment Product Declaration (EPD). De LCA-berekening als geldt hierbij als uitgangspunt. In een levenscyclusanalyse (LCA) wordt de milieubelasting van een product in alle fases in de levensloop berekend. Dat gebeurt nu voor elf indicatoren. “Hiervan zijn er misschien vier goed uitgezocht”, zegt Van Leeuwen, “CO2 is het best onderzocht en heeft een hoge betrouwbaarheid. Maar over bijvoorbeeld toxiciteit is minder bekend en dat maakt de berekening niet betrouwbaar. En hoewel wij afhankelijk zijn van die modellen, ontbreekt bij ons het geld, de capaciteit en de expertise om hier zelf onderzoek naar te doen.”

Meer dan de helft van de berekeningen in deze database komt van NIBE of is door NIBE getoetst. Momenteel wordt er gewerkt aan een verbetering van LCA-berekeningen. “Alle LCA-berekeningen worden door een ander LCA-bureau getoetst om de onafhankelijkheid te bewaken”, legt Van Leeuwen uit. “Dat geldt ook voor onze berekeningen.”

Toch is dit in zijn ogen niet voldoende. “We pleiten bij NMD-beheerder Stichting Bouwkwaliteit (SBK) voor een toetsing van de toetsers, maar die stichting beschouwt zichzelf niet als de kwaliteitsbewaker. Daarnaast vinden wij dat bureaus niet klakkeloos de data van de fabrikanten moeten aannemen. We kunnen zelf niet gaan inspecteren, maar we doen zelf wel altijd een bedrijfsbezoek om ons goed van de situatie op de hoogte te brengen. Echt inspecteren zouden we toejuichen. Daarom werkt NIBE sinds 2018 samen met Kiwa Group, dat gespecialiseerd is in testen, inspecteren en certificeren.”

Kortom, volop ontwikkelingen welke een juiste interpretatie van de data moet opleveren en dus een eerlijkere manier van certificering. Ik juich het van harte toe! Juicht u met mij mee?

Het hele interview is hier terug te lezen op de website van Duurzaam Gebouwd

Wellicht ook interessant voor u

Geen Reacties

    Laat een reactie achter