Browsing Category

Algemeen

Algemeen

Circulaire economie: van horen zeggen!

Blog CCM Europe

Een Circulaire Economie realiseren lukt niet alleen. In mijn ogen krijgt de industrie, als onderdeel van de keten (en circulaire cirkel), hierbij slechts een beperkt podium. Dit moet toch anders kunnen? Hoog tijd om cirkel te versterken met de noodzakelijk partijen en materialen.

Op de een of andere manier heb ik iets met Amerikaanse rechtbankseries. Waarschijnlijk is dat voortgekomen uit mijn studententijd, toen ik nog veel boeken las, met name die van John Grisham. In die series valt vaak de opmerking hearsay, wat betekent: ‘Van horen zeggen, gedefinieerd als een buitengerechtelijke verklaring, afgelegd in de rechtbank, om de waarheid van de beweerde zaak te bewijzen’.

Tafelgasten

Ik ben van mening dat we zo langzamerhand in een hearsay-generatie zijn terechtgekomen. Recentelijk zat een hoofdredacteur van een lifestyle magazine aan tafel bij WNL’s Goedemorgen Nederland, waar ze haar mening mocht geven over het conflict Oekraïne-Rusland. Lekker belangrijk, dacht ik, hearsay!

Maar wanneer is iemand nu een expert en wanneer ‘een hearsay’?

Het is toch wel vreemd dat we onze talkshows in Nederland vanuit alle windstreken deels vullen met tafelgasten en iedereen kan meepraten over specifieke onderwerpen. Typeer het als entertainment, wat VI Vandaag overigens goed doet, en dan heb ik er vrede mee. Leg er echter niet het label ‘expert’ op, want dan heb ik er een probleem mee.

Spiegelend naar ons marksegment, gebeurt er precies hetzelfde. Wellicht aangewakkerd door social media, drang naar erkenning of marketing exposure. En begrijp me goed, daar is niets mis mee, ook wij en ik doen daaraan mee. Maar wanneer is iemand nu een expert en wanneer ‘een hearsay’?

Marketingexposure

Ons marktsegment zit vol met (Europese) normeringen en lokale certificeringen, een woud aan regelgeving dat elk jaar onoverzichtelijker wordt. Deze regelgeving zorgt er ook voor dat er een heel segment aan adviseurs is ontstaan. Iemand moet er verstand van hebben en daarin begeleiding kunnen geven. Maar hoe creëer je als dienstverlenende adviseur dan marketingexposure? Dat kun je doen door naar buiten te treden, presentaties te geven en deel te nemen aan congressen en webinars. Het delen van kennis is hier cruciaal en noodzakelijk, wij doen het ook. Van delen is nog nooit iemand dommer geworden.

Maar wat als deze adviseurs ook meningen gaan geven over onderwerpen waarin men geen expertise heeft? Je bent dan wel expert, maar niet op alle gebieden. Zoals die redacteur bij WNL of een rijschoolinstructeur, die opeens ‘het rechts heeft voorrang’ gaat claimen. Van hearsay dus!
Dat is er op dit moment gaande: te veel experts in de dienstverlening nemen het podium om allerlei onderwerpen te claimen.

Duurzame Top 50

Een typerend voorbeeld daarvan vind ik altijd de uitreiking van de Duurzame Top 50 Awards (foto onder), waarbij ik oprecht iedereen in die lijst zijn/haar positie gun. Het zal wel aan mij liggen, maar ik ken het merendeel van die mensen helemaal niet, terwijl ik me al twintig jaar in de bouw begeef. Hierbij steek ik de hand in eigen boezem en trek de conclusie dat de blaam bij mij ligt. Dat gezegd hebbende, ben ik nog steeds niet bekend met een groot deel van de top 20.

Duurzame top50

Vandaar dat ik mij erin verdiept heb! Van de top 20 is 9 vrouw en 11 man, met 2 architecten, 2 aannemers, 2 mensen uit de installatietechniek, 2 bestuurders en 1 uit het onderwijs. Het is verbazingwekkend dat er in 2021 niemand uit de financiële hoek in de lijst staat (dat is ook weleens anders geweest), maar wel elf dienstverleners/adviseurs. En wellicht nog verbazingwekkender: niemand uit de industrie!

Kan iemand mij uitleggen hoe je als adviseur, aannemer of architect een bebouwde omgeving inricht zonder producten die daarvoor geschikt zijn? Zonder ondernemers die hun ‘kop in de wind’ zetten en risico’s nemen in de ontwikkeling van materialen? Zonder internationale corporate organisaties die wereldwijd hun expertise en budget bundelen om aan de vraag te voldoen?

Hoe kun je dan op een voetstuk staan, als je eigenlijk een afhankelijkheidsrelatie hebt?

Volgens mij zijn producenten als Nibe en Mitsubishi toch echt degenen die de warmtepompen leveren en optimaliseren. Zonder hen geen energietransitie. Zonder hen geen duurzaam advies, toch? En kijkend naar mijn eigen marktsegment: zonder goede luchtdichtende producten is er geen kierafdichting. Zonder optimale isolatiematerialen ga je niet voldoen aan BENG-achtige normeringen en is er geen besparing in energie, waarover jij als adviseur communiceert.

Moet ik verder gaan? Hoe kun je dan op een voetstuk staan, als je eigenlijk een afhankelijkheidsrelatie hebt? Je bent en blijft afhankelijk van wat de markt jou te bieden heeft. Van hearsay!

Dit is geen pleidooi om anderen uit hun positie te halen, helemaal niet. We hebben elkaar nodig! Dit is wel een pleidooi om de maakindustrie eens een podium te bieden. Uit eigen ervaring merk ik dat ik het steeds lastiger vindt om onze eigen, goede duurzame ontwikkelingen aan de man te brengen. Als ik in een netwerk met adviseurs zit, en het gaat om een duurzame dakafdichting, krijg ik al snel de vraag ‘of het biobased is’? We hebben het hier over een noodzakelijke afdichtingslaag die een bouwwerk decennialang beschermd tegen allerlei Nederlandse weersomstandigheden! Hoezo biobased? Dat is een typisch voorbeeld van hearsay uit een andere toepassing.

Circulaire economie

We gaan onze woningopgave niet redden als we enkel van de zijlijn roepen dat het allemaal veel duurzamer moet. Onze markt kan niet tegelijkertijd én de energietransitie, én het stikstofdilemma én de CO2-reductie oplossen en vervolgens nog eens 1 miljoen woningen creëren. Daarbij zitten wij als industrie midden in een wereldwijd verstoorde supply chain met omhoogschietende grondstofprijzen.

Ik  de nog nooit over de vloer gehad en het zal mij niet verbazen dat wij niet de enige in de maakindustrie zijn.

Bundel nu eens de krachten, ga bij de industrie ter rade welke circulaire oplossingen zij bieden en combineer die in onze bouwomgeving. Ga nu geen vergezichten en onmogelijkheden bedenken, omdat je het ergens hebt gehoord. Carlisle Construction Materials BV is de enige producent van water- en luchtdichte EPDM-folie in Noordwest-Europa. Een materiaal dat meer en meer wordt ingezet om duurzame doelstellingen te behalen. Maar de Duurzame Top 50 heb ik nog nooit over de vloer gehad en het zal mij niet verbazen dat wij niet de enige in de maakindustrie zijn.

Circulair is een mooi woord, een oneindige cirkel waarin de noodzakelijk materialen en partijen elkaar versterken. Maar dan moet je de inhoud van die cirkel wel goed definiëren, anders wordt het een hearsay-cirkel.

Deze blog is ook verschenen op Duurzaam Gebouwd

Algemeen

“Gewoonten zijn het samengestelde belang van je eigen progressie”

Blog - Gewoonten zijn het samengestelde belang van je eigen progressie

De ‘verkiezingssneltrein’ raasde weer door Nederland en het politieke steekspel is weer vol in gang. Dossiers die gedurende de afgelopen vier jaar in afstemming, overleg en debatten lastig tot afronding kwamen, leken tijdens de verkiezingen opeens eenvoudig oplosbaar. Waar in de tijd van mijn ouders Nederland werd geregeerd door twee of hooguit drie partijen, schuiven de komende vier jaar waarschijnlijk het dubbele aantal aan in de Trêveszaal.

Waarom kunnen we tijdens de campagnetijd het klimaatprobleem wel opeens oplossen? En waarom lukt dit niet als we moeten samenwerken? Onze valkuil is hier de handelsgeest, want het gaat vaak te snel in Nederland. In dit specifieke geval omarmt het zittende kabinet  Europees gestelde doelstellingen, in de kamer gieten we er ons Nederlandse sausje overheen (want iedereen moet toch mee kunnen praten) en we gaan aan de slag.

In het ondernemend landschap doe we precies hetzelfde; ‘groene’ start-ups worden omarmd en al snel gezien als potentiële Unicorns, slopen heet opeens Urban Mining en extensieve groendaken worden de oplossing voor onze retentieproblemen. Maar kijken we naar belangrijke bouwproblematiek: wat is dan de status van de PFAS en stikstofdiscussie? En staat de energietransitie nog op de kaart, nu blijkt dat het toch echt wel kostbaar is om elke bestaande woning om te zetten zodat ze een andere, duurzame energiebron kunnen toepassen?

Nieuwe bouwmethoden omarmen om nieuwe doelen te bereiken

Kijken naar andere sectoren

Af en toe eens kijken naar andere sectoren of ondernemers kan ook verhelderend zijn. Recentelijk las ik een interessant artikel op Inc.com over Sir Dave Brailsford de oprichter van de zo succesvolle Sky-ploeg.

Zijn filosofie is gebaseerd op het feit: ‘Dat het erg lastig is om op korte termijn enorme winsten te boeken in vaardigheden en prestaties. Maar dat het vrij eenvoudig is om elke dag kleine wijzigingen aan te brengen.’ Dus een continue vorm van verbeteringen, het geheel van de marginale winsten. Denk aan progressie, niet aan perfectie. Drie jaar na oprichting behaalde Bradley Wiggens de eerste tourzege van Sky.

Ik werk als marketeer in een nog steeds conservatief gedomineerde bouw en leg continu dit soort verbanden tussen ons marktsegment en interessante ontwikkelingen buiten onze sector. Hierbij probeer ik wel te voorkomen om niet te lang stil te staan bij de werkwijzen van bijvoorbeeld Apple of Tesla, want de bouw is (nog) geen IT sector: we werken niet met abonnementsvormen en kunnen nu niet teren op de winsten die in de toekomst waarschijnlijk gemaakt worden.

Van individu naar collectief

Mijn ervaring is dat de bouw vaak wordt gezien als een grote marktplaats van goederen, we halen essentiële lagen uit elkaar en willen die individueel inkopen. Onze handel zit in de vijf gevels van een gebouw, voor ons de lucht- en waterafdichting. Specifiek met EPDM en BUTYL-oplossingen. De combinatie maken, dat zie je wél in andere sectoren, want daar wordt de meerwaarde ervan gezien. Een auto ga je ook niet in losse onderdelen inkopen en een laptop al helemaal niet. Maar waarom doen we dat in de bouw dan wel?

De B+U heeft met zo veel verschillende lagen en betrokkenen van doen, dat het haast wel lijkt op wat er in Den Haag gebeurd. Individueel weten we het wel, maar gezamenlijk is het vaak lastiger. Toch zie ik wel vooruitgang, want sinds de kredietcrisis is er veel meer aandacht voor faalkostenreductie en marge-optimalisering en dat maakt de markt ook veel beweeglijker en soms transparanter.

Emotie boven ratio?

Als ik een link mag leggen met ‘mijn’ marktsector dan zien we dat de markt voor het ‘platte dak’ vol in beweging is en vooral internationaler wordt. Recentelijk is Amerikaanse EPDM producent Firestone voor maar liefst $ 3.4 miljard overgenomen door Frans/Zwitsers Lafarge/Holcim. Het Amerikaanse Standard Industries is groeiende en heeft in 2016 het van oorsprong Deense Icopal geacquireerd en een jaar later BraasMonier, het Franse Soprema is een duidelijke EU-footprint aan het realiseren, het Ierse Kingspan rijgt regelmatig een nieuw bedrijf aan haar parelketting. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Het platte dak is internationaal in trek en in ontwikkeling, toch worden we in Nederland nog steeds niet gezien als een fatsoenlijke vijfde gevel. Na al die jaren dat ik in deze sector actief ben is een gebouweigenaar nog steeds bereid meer geld per m2 uit te geven aan zijn ‘vloerbedekking’ dan aan een fatsoenlijke dakbedekkingsconstructie. Waarom?

Mijn zelfbenoemde valkuil -onze handelsgeest- regeert ook hier. Emotie boven ratio, wat aangeeft dat we dus eigenlijk niet veel anders zijn dan een goede afspiegeling van onze politieke leiders.

 

Deze blog is ook verschenen op Duurzaam Gebouwd

Algemeen

Who led the digital transformation of your company?

Digitale transformatie - CCM Blog

Zelf ook wel eens de vraag gesteld, wie is nu die initiatiefnemer voor die digitale transformatie waar we al jaren naar verlangen? Zoek het buiten uw organisatie, het is namelijk COVID ‘19. Ik ben niet de eerste die schrijft dat “digitalisering” en/of “digitale transformatie” binnen menig bedrijf versneld op de agenda is geplaatst sinds de uitbraak van de pandemie

U heeft dan ook vast wel eens de afbeelding “Who led the digital transformation of your company?’’ voorbij zien komen. Antwoord: Covid-19.

De afgelopen maanden is het internet dan ook volgeschreven met artikelen over het hoe en waarom, de meerwaarde en vooral dé must om als bedrijf digitaal te transformeren. Content welke vervolgens hartenlust via (de digitale) kanalen werd verspreid.

Vooropgesteld, ik ben absoluut voorstander van een digitale transformatie, maar ik wil toch graag een (kleine) kanttekening plaatsten. Wat ik veelal mis in de hele discussie is enige duiding en nuance.

Iedere afdeling een andere definitie aan digitalisering en heeft een eigen waardeoordeel erover.

Ook binnen ons bedrijf, met vestigingen in meerdere Europese landen, is het vaak onderwerp van gesprek. Wat mij hierbij opvalt is dat het uitgangspunt vaak verschillend is. Afhankelijk van de collega die je spreekt kan het uitgangspunt gerust uiteenlopend genoemd worden. Zo geeft haast iedere afdeling een andere definitie aan digitalisering en heeft een eigen waardeoordeel erover.  Zo kan het bijv. de ene keer gaan over de noodzaak van een chatfunctie op een website en de andere keer over een geheel digitale customer journey. Beiden niets mis mee, maar wat mij betreft is dit dan ook direct één van de oorzaken waarom duiding en nuance ontbreekt.

Ook wordt vaak de lat direct (te) hoog gelegd. Soms begrijpelijk, maar als je als traditionele organisatie nog aan het begin staat van de transformatie, dan kan dit ook verlammend werken. Simpelweg omdat men niet meer weet waar te beginnen.

start-and-finish digitalizationHet beginpunt wil ik dan ook wel geven, namelijk de klant. Hoe kunnen digitale hulpmiddelen worden ingezet om de bedrijfsprocessen beter te laten verlopen? Of hoe kan die inzet van digitale hulpmiddelen eraan bijdragen dat we de werkzaamheden beter kunnen uitvoeren. Een enkeling zal opmerken; maar interen bedrijfsprocessen hebben toch niet direct iets met de klant te maken? Wel degelijk, door efficiënter te werken wordt de output verhoogd of kan de tijd anders worden besteed. Dit komt uiteindelijk ten goede aan de klant.

Digitalisering is dan ook vaak een gefaseerd en continue proces en kan betrekking hebben op meerdere facetten van de bedrijfsvoering. Zo kan bijv. het productieproces gedigitaliseerd worden, orderafhandeling of het klantcontact ect. Iedere fase brengt hierbij haar eigen voordelen met zich mee.

 Als het aan mijn bed-overgrootvader had gelegen dan had hij zijn paard en wagen nooit ingeruild voor een auto.

De bouwsector waarin wij werkzaam zijn is traditioneel en veelal conservatief. Toch biedt ook hier digitalisering mogelijkheden. Nemen we ook hier weer de klant als uitgangspunt en kijk waar digitale hulpmiddelen een meerwaarde voor de klant kunnen bieden.

“Wat als een klant zo conservatief is dat deze niet zit te wachten op digitalisering en liever alles bij het oude houdt?”  Dit is slechts een kwestie van tijd. Als het aan mijn bed-overgrootvader had gelegen dan had hij zijn paard en wagen nooit ingeruild voor een auto. Hij kwam het dorp niet uit en redde zich prima met het paard en wagen.

De noodzaak zag hij er niet van in, totdat hem verteld werden welke mogelijkheden een auto met zich meebrachten. Toen was hij snel om…

Algemeen

Prefab en modulair bouwen omarmen om nieuwe doelen te bereiken

Prefab en modulair bouwen

Om te kunnen voldoen aan alle eisen aangaande BENG speelt luchtdicht bouwen een bepalende rol. Om luchtdicht te kunnen bouwen, moeten we terug naar de basis. In de meest ideale situatie betekent dit terug naar de ontwerptafel, maar in de praktijk is de basis voor luchtdichte en vochtwerende aansluitingen vaak terug te leiden naar de aansluitingen in de gebouwschil. Deze aansluitingen blijken vaak de kritische punten welke bepalen in hoeverre een gebouw luchtdicht is én dus uiteindelijk kan voldoen aan de BENG-eis.

Onder invloed van veranderende gebruiksfuncties van gebouwen verandert ook het belang van een kwalitatieve gevelafdichting. Steeds vaker blijkt het een opgave om luchtdichte aansluitingen en/of detailleringen te realiseren. Maar wanneer we erin slagen om de gebouwschil luchtdicht te realiseren, kan deze vanuit hier verder geoptimaliseerd worden.

Als we hier hierbij blijven vasthouden aan traditionele bouwmethoden dan voorzie ik dat we bij luchtdicht bouwen de nodige uitdagingen tegemoet kunnen zien. Toch ben ik ervan overtuigd dat nieuwe bouwmethoden op dit vlak steeds meer worden omarmd. Gesterkt door de wet- en regelgeving en de vraag vanuit de markt. Simpelweg omdat BENG het eigenlijk niet meer toelaat om op een traditionele wijze te bouwen. Een andere reden is dat het huidige bouwtempo te laag is om de vraag uit de markt te kunnen bijbenen.

Nieuwe bouwmethoden omarmen om nieuwe doelen te bereiken

MVRDV - Valley

Actuele thema`s als prefab bouwen, binnenstedelijke hoogbouw en meervoudig ruimtegebruik leiden tot steeds meer wetsbare aansluitingen in de gevel. Verder heeft het CBS berekend dat het merendeel van de Nederlandse bevolking straks in de vijf grote steden zal wonen. De betekent dat er de komende jaren nog volop gebouwd moet worden op locaties waar de ruimte al beperkt is. Met andere woorden, we moeten dus de hoogte in. De trend naar prefab bouwen die reeds is ingezet, zal dus exponentieel stijgen.

Door vast te houden aan traditionele bouwmethoden, blijven ook de faalkosten in de bouw onverminderd hoog. Onnodig en zelfs onvoorstelbaar als je het mij vraagt. Vooral als ik nog eens even kort stilsta wat faalkosten ook alweer zijn. “Faalkosten zijn alle extra kosten die worden gemaakt om zaken te herstellen die niet voldoen aan de specificaties of niet voldoen aan de verwachtingen van de klant.” Als ik lees “extra kosten” en “niet voldoen aan de verwachtingen van de klant” dan durf ik wel te stellen dat er te weinig aandacht is voor het voorkomen van faalkosten en worden ze vaak maar voor lief genomen. Vanuit mijn rol als Technisch Adviseur word ik immers nog maar zelden benaderd vanuit de vraagstelling: “Hoe kunnen we faalkosten verminderen, of hoe kunnen we optimaal voldoen aan de verwachtingen van de klant?”

ABN AMRO heeft in kaart¹ gebracht dat vier op de tien bouwbedrijven de faalkosten op minimaal 5 procent schatten. Als enkele oorzaken van deze miljardenverspilling worden gegeven; een hoge tijdsdruk in combinatie met personeelstekort, de kundigheid van de vakman op de bouwplaats en het onderschatten van risico`s.

Wanneer de risico`s, tijdig en dus vooraf, goed in kaart zijn gebracht kunnen faalkosten aanzienlijk worden verminderd. Door nieuwe bouwmethoden te omarmen, kunnen deze risico`s nog meer worden uitgesloten.

Grotius Project

Prefab en modulair bouwen zijn hier passende voorbeelden van. Hierbij worden complete onderdelen van een gebouw in (gecontroleerde) fabrieksomstandigheden geprefabriceerd. Complete onderdelen zoals bijv. gevels inclusief kozijnen, beglazing en steenstrips worden compleet naar een bouwplaats gebracht en daar als “legostenen” in elkaar gezet.

Prefab en modulair bouwen is een manier van bouwen waar de risico`s en hiermee de kans op faalkosten zo veel mogelijk worden uitgesloten. Bij traditionele bouwmethoden gebeurt de productie op de bouwplaats. Tijdens deze processen zijn er een aantal onzekere factoren wat de eindkwaliteit kan beïnvloeden. Denk hierbij aan de weersomstandigheden, de deskundigheid van de uitvoerende partij en de beschikbaarheid en capaciteit van de mensen op de bouwplaats.

Bij prefab en modulair bouwen worden deze onzekerheden geminimaliseerd. Onder gecontroleerde omstandigheden worden complete bouwdelen geprefabriceerd en aan een kwaliteitscontrole onderworpen.

Afhankelijk van type prefab bouw kunnen bouwkundige aansluitingen ook beter op elkaar voorbereid en aangepast zijn.

In mijn dagelijkse werkzaamheden merk ik dat prefab bouwen steeds vaker wordt toegepast. Ook de kennis en expertise van koplopers op dit gebied wordt veel vaker gevraagd en toegepast. Waar eerder vaak alleen naar het kostenplaatje werd gekeken, wordt nu geredeneerd vanuit het totaalplaatje. Gelukkig maar, want een “lek” in de gevel op een hoogte van 50 m. is iets wat we te allen tijde moeten zien te voorkomen. Ik help u hier graag bij!

 

¹): Cobouw

 

Algemeen

Covid-19 gaat onze traditionele B+U mindset doorbreken

MVRDV - Valley

Eind jaren ’90 was ik al eens aanwezig op Nationale Dakendag van de BDA in het Beatrixgebouw te Utrecht. Eén van de topics was het groene dak en alle maatschappelijke voordelen die daar mee gepaard gaan. Na een uitstapje van acht jaar in de civiele markt kwam, landde ik in 2007 weer terug in het dakenlandschap. Veel vooruitgang bleek er niet geboekt te zijn op dit onderwerp, het groene dak stond nog steeds op de agenda van deze Nationale Dakendag editie 2008. En nu 12 jaar later is er eigenlijk nog steeds niet veel veranderd, behalve dat de Nationale Dakendag een aantal jaren ter ziele is gegaan.

Waarom is het toch zo lastig om het platte dak standaard als vijfde gevel te beschouwen, als een nieuw maaiveldniveau dat ingericht kan worden? Recentelijk heb ik een aantal mooie interviews mogen afnemen met architecten en dakondernemers. De kernvraag was: “Wat is de invloed van de huidige Covid-19 pandemie op de visie van de binnenstedelijke architectuur en de platte dakenmarkt in het bijzonder?”

We richten onze woonhuizen deels in als kantoor, zitten minder op de weg en nemen digitaal deel aan vakbeurzen. We komen grotendeels onze eigen buurt niet eens meer uit. Dat moet toch consequenties hebben voor de ontwerpvisies van de toekomstige binnenstedelijke bouw? Kan Covid-19 het definitieve vliegwiel zijn voor ontwikkelingen, ook op dakengebied. Want laten we eerlijk zijn, de kans is zeer groot dat het kantoor waar je nu zit en dit leest een plat dak heeft. Of je werkt vanuit huis kijkt uit op een plat dak. Dan is het toch aantrekkelijker om bijvoorbeeld zicht te hebben op een tuindak?

EPDM dakbedekking, groendak

Nog even terug naar mijn achtjarige afwezigheid uit de dakenbranche: er is wel degelijk wat gebeurd (ook in de jaren ’90) en als ik specifiek naar onze EPDM merken kijk, dan worden die veelvuldig ingezet als afdichting onder Multifunctionele daken.

Neem bijvoorbeeld de vele projecten waarin RESITRIX® EPDM onder intensieve daktuinen of retentiedaken ligt, of HERTALAN® EPDM dakbedekking onder sedum begroeiing.

Het platte dak is in Nederland een soort van open marktplaats.

Keuzes maken

Ik denk niet dat we de oplossing moeten gaan zoeken aan de producentenkant. Wij willen namelijk wel. Er zijn voldoende initiatieven in de markt die vanuit de producentenkant worden ondersteund. Maar ze geven gelijk wel een pijnpunt: een multifunctioneel dak is niet een product maar een samengestelde afdichting. Een geheel van meerdere lagen, die gezamenlijk tot doel hebben een duurzaam waterdichte, isolerende en bouwfysische laag te vormen op het platte dak met functionele eigenschappen. Een nieuw maaiveld waar vervolgens de multifunctionaliteit op ingericht kan worden. Alleen ook hier geldt en daar zit de kern van het probleem: deze ketting is zo zwak als de zwakste schakel.

Het platte dak is in Nederland een soort van open marktplaats. De verantwoordelijkheden uit de ontwerpfase van een gebouw worden niet overgedragen naar de uitvoeringsfase. Wat dat betreft is de situatie nu nog grotendeels hetzelfde als eind jaren ’90. Materialen worden nog steeds op productniveau uitgewisseld. Als een EPDM dakbedekking wordt voorgeschreven in een multifunctioneel plat daksysteem, dan dient dat een doel en kun je niet zomaar deze laag omwisselen voor een andere. Het is goed dat er andere keuzes zijn, maar wissel dan het gehele systeem om en doe niet aan willekeur.

Een multifunctioneel dak is niet een product maar een samengestelde afdichting, je kunt in de productopbouw niet zomaar wijzigingen doorvoeren.

Veranderend inzicht

Terug naar mijn interviews. Eén is een architect en de ander met een voorliefde voor het groene dak, iemand die op een missie is. De architect geeft in het interview zijn visie op de toekomstige binnenstedelijke ontwikkeling: gestapelde bouw met hybride functies en veel groen, waar op een functionele en ontspannende manier de woon- en werkfunctie gecombineerd kunnen worden en met ingerichte platte daken, verspringende balkons en patio’s. “We gaan de binnenstad definitief anders inrichten. Waar in het verleden de woonfunctie centraal stond, wordt het nu meer de combinatie van werken, wonen en recreëren.” De dakondernemer onderstreept dit en geeft ook aan dat er binnenstedelijk nog zoveel “vrij daken” zijn, waar we iets met groen of recreatief op kunnen doen. Er wordt veel bijgebouwd, maar het binnenstedelijke potentiaal blijft aanwezig.

En deze gedachten horen we meer, we willen vanuit het ondernemerschap en ontwerp wel degelijk doorzetten. Toch gaat er dan wat mis in de schakel van het moment van gedachte tot het moment van oplevering.

Waarom wordt er in kantoren bijvoorbeeld zo veel geld uitgegeven aan een vloerbedekking, terwijl er bezuinigd moet worden op de dakbedekking?

Mijns inziens ligt het euvel in het feit dat we in een ‘harde’ B-to-B markt zitten. In de B-to-B willen inkopers continue afromen, zo zijn ze namelijk opgevoed. Een systeem wordt in onderdelen ontkoppeld en per laag uit onderhandeld. Dat zien we nagenoeg niet in de B-to-C markt of de meer ‘zachtere’ B-to-B, daar speelt emotie en persoonlijke interesse nog wel degelijk een rol. Waarom wordt er in kantoren bijvoorbeeld zo veel geld uitgegeven aan een vloerbedekking, terwijl er bezuinigd moet worden op de dakbedekking. Als dat dak lek is, dan gaat ook die duurdere vloerbedekking eraan.

Cruciale aansluitingen

Grotius ProjectHet multifunctioneel inrichten van platte daken en balkons in gestapelde bouw vergt wel wat andere inzichten. Een plat dak bij hoogbouw op 70 meter zal niet snel worden ingericht als een intensief groendak, vaak wordt het de plek waar de technische installaties staan. De aandacht verschuift dan eerder naar de balkons en patio’s, waar met bloembakken en speciale afdichtingen ruimte wordt gecreëerd voor de begroeiing en bewatering.

Wonderwoods in Utrecht en De Valley in Amsterdam zijn mooie voorbeelden: groene oases in gestapelde bouw waar EPDM voor de water- en luchtafdichting zorgt. Of de Grotius torens in Den Haag, waar verspringende driedimensionale balkons met groen voor een hele bijzondere uitstraling zorgen. Wat al dit soort projecten verbindt is de complexiteit van de afdichtingen. We hebben het hier niet meer over zogenaamd eenvoudige daksystemen of 2D gevelaansluitingen. Hier worden driedimensionale afdichtingen gevraagd, kennis in prefabricering van elementen en bouwkunde. EPDM is dan vaak de beste oplossing als het gaat om duurzame afdichtingen.

Het vliegwiel

Is Covid-19 het vliegwiel voor duurzame acceptatie van een multifunctionele inzet van het platte dak? Daar ben ik heilig van overtuigd. Alleen moeten wij in ons eigen vakgebied nog de nodige stappen zetten. Met name moeten wij onze eigen perceptie van de opbouw van het platte dak goed onder de loep nemen, omdat conservatisme nog hoogtij viert. Een eerste stap is de acceptatie van 0 graden daken en extensieve begroeiing als geaccepteerde ballast laag. We hebben nog een lange weg te gaan. Ik hoop dat die korter duurt dan dertien jaar.

Algemeen

Wat is de invloed van een merk bij het nemen van beslissingen?

CCM merken small

Op onze Customer Support afdeling is de zin:  “Goedemorgen u spreekt met Carlisle Construction Materials” een veel gehoorde zin. Voordat ik op de afdeling Marketing aan de slag ging, heb ik ook een tijd gewerkt op de afdeling Customer Support. Bovengenoemde zin heb ik dan ook vaak mogen uitspreken. Kleine kanttekening hierbij, dit was na de overname in 2012.Voor die tijd werd de telefoon met “Hertalan Rubber Products” beantwoord. Met name in de periode vlak na deze overname, viel het aan de andere kant van de lijn vaak even stil het horen van het woord “Carlisle”. Eerlijk is eerlijk, het uitspreken van het woord blijft soms lastig, maar Carlisle Construction Materials heeft zich inmiddels, zowel als naam en organisatie, gesetteld in de markt.

De overname destijds heeft een hoop stof doen opwaaien en ook intern is er natuurlijk het nodige veranderd. Verkopers kunnen nu putten uit meerdere merken en zodoende de beste oplossing aanbieden. Ook op het gebied van marketing is het nodige veranderd. Waar we voorheen maximaal 2 merken hoefden te vermarkten, bevat het merkenportfolio inmiddels een uitdagende mix van sterke merken. Uiteenlopende merken die ieder een ander marktsegment en bijbehorende doelgroep bedienen. Hetgeen waar ik als marketeer wel enthousiast van word.

Als je het mij vraagt is het positioneren van de verschillende merken hierbij een belangrijk punt. Intern levert dit vaak interessante en levendige discussies op. Over welk merk gooien we de communicatie over onderwerp X? Waarmee kunnen we doelgroep Y het beste aanspreken?

Goed gepositioneerde merken zijn ezelsbruggetjes die mensen helpen bij het maken van keuzes.

Waar het gevaar hierbij bestaat om te denken in beperkingen (meerdere websites en social media kanalen onderhouden, verschillende brochures ect.) zie ik vooral mogelijkheden. Ik vind merken intrigerend. Wat mij vooral intrigeert is wat een bepaald merk te bieden heeft. Wat is bijv. de merkbelofte waarmee de doelgroep zich kan identificeren? Hoe loyaal is iemand vervolgens aan een merk?

Brand awareness - CCM BlogVoor mij zijn merken dan ook meer dan alleen een logo. Goed gepositioneerde merken zijn een soort ezelsbruggetjes waarmee mensen geholpen worden in het maken van beslissingen. Psycholoog Daniel Kahneman zegt hierover in één van zijn boeken: “Thinking is to humans as swimming is to cats; they can do it but they’d prefer not to.” 

Hij stelt hiermee dat mensen niet teveel willen hoeven nadenken. Rationeel denken kost immers tijd en energie. Dit doen we dus liever niet en gaan we uit van onze intuïtieve indruk. Het prijsniveau van een product is hierbij een goed voorbeeld. Neem bijvoorbeeld een parfum of wijn. De perceptie is vaak dat een dure parfum of wijn van een betere kwaliteit is dan een goedkopere variant. Dit komt omdat ons intuïtieve brein ons doet denken: duurder is beter. Onlangs in de krant een bericht dat een ober in een restaurant een peperdure wijn met een goedkope wijn had verwisseld. De gasten die de dure wijn besteld hadden, dronken de goedkope variant, maar raakten vervolgens niet uitgepraat over de smaak van de wijn die ze dronken. Hun intuïtieve brein hielp hen hierbij natuurlijk maar al te graag.

Een ander voorbeeld; op privégebied sprak ik laats iemand die in zee was gegaan met Venn Hypotheken. Voor mij een onbekende speler op de markt van hypotheekaanbieders. Eén die ik zelf dan ook niet snel zou overwegen merkte ik bij mezelf. Waarom eigenlijk niet? Ik ken de partij niet en weet dus niet waar ze voor staan. Intuïtief vertrouw ik ze dan ook minder en zal ik ze minder snel overwegen. Anders gezegd, van Venn Hypotheken heb ik geen duidelijk ezelsbruggetje in mijn hoofd.

Venn Hypotheken blijkt een onderdeel te zijn van Nationale Nederlanden te zijn (vandaar ook Venn met dubbel n) en dit veranderde mijn beeld al t.o.v. de partij. Maar waarom dan niet alles onder de noemer Nationale Nederlanden gooien zou je misschien denken? Hier komt de merkpositionering dus weer om de hoek kijken. Venn en NN richten zich allebei op een ander marktsegment en dus een andere doelgroep.

 

Golden Circle

Hoe gaan wij intern om met het positioneren van onze verschillende merken? Marketingtechnisch vind ik het interessant bij de verschillen in positionering te kijken naar het “Why”, “How” en “What” principe van Simon Sinek. Ook wel bekend als de Golden Circle. De “Why”-vraag heeft hierbij betrekking op de identiteit van een organisatie. Deze kunnen we projecteren op ons corporate merk “Carlisle Construction Materials”. Waarom doen we wat we doen en wat zijn hierin onze kernwaarden? Waarom zou iemand zaken met ons willen doen? Ook het MVO-aspect kan hier perfect aan worden opgehangen.

Bij onze productmerken hebben we in onze communicatie een sterke focus op de “How” en “Wat”. Tegen welke knelpunten lopen onze doelgroepen aan en hoe bieden onze individuele producten hierbij uitkomst? Wat zijn onderscheidende producteigenschappen van het product? Hoe kunnen we zorgen voor een productvoorkeur bij onze doelgroep?

Stuk voor stuk interessante vragen waar wij als Marketing bestaande ezelsbruggetjes kunnen versterken en waar nodig nieuwe creëren. Uiteindelijk om, samen met de rest van onze organisatie, een blijvende meerwaarde voor onze stakeholders te kunnen bieden.
Merken CCM blog small

Algemeen

Hoe zuiver is de data die wordt ingezet bij het berekenen van duurzame vraagstukken?

Project the Valley

Sinds 2015 zijn wij kennispartner van Duurzaam Gebouwd. Voor ons een belangrijk platform om kennis uit te wisselen tussen andere bouwpartners en om hier ook zelf een actieve rol in te nemen.  Regelmatig zien we vanuit dit platform interessante discussies langskomen waarin we graag aanhaken. Eerder schreef ik al eens over weeffouten in het bepalen van de waarde van teruggehaald en afgeschreven materiaal. De strekking van dit verhaal? Het lijkt meer te lonen om een product terug te halen en als afgeschreven materiaal te recyclen dan een oprecht duurzaam product te produceren.

Een andere interessant vraagstuk is aangaande de onderliggende data waaruit de mate van duurzaamheid van een product wordt bepaald. Vanzelfsprekend spelen de milieukosten van bouwmaterialen een cruciale rol. Data uit de Nationale Milieudatabase zijn hierbij van belang én bepalend. Ik vraag mij dan af:  “Hoe zuiver is de data die hiervoor gebruikt wordt en op welke manier wordt deze data getoetst?”

Veel producenten zijn afhankelijk van de juiste data van hun leveranciers

Als producent maken wij een bouwproduct vanaf de grondstof: we kopen grondstoffen in, mengen deze zelf en produceren een EPDM-folie. Alle milieustromen liggen dus bij ons. Veel data die is opgenomen in de Nationale Milieudatabase bestaat uit een clustering van meerdere producenten (cat. 2 data), hier zijn die stromen dan niet meer goed zichtbaar of men is afhankelijk van hun leverancier.

Voor ons als organisatie ligt hier een voornaam pijnpunt. Wij zijn van mening dat er niet kan worden aangetoond dat in de Nationale Milieudatabase met zuivere data wordt gewerkt. De verificatie van een EPD aan de grens vindt plaats op de gevoerde procedure en niet op de inhoud. Het aangeleverde dossier is hierbij leidend, de zuiverheid en volledigheid kan in de huidige setting niet goed worden bekeken.

De datasets achter die milieumodellen zijn echter nog steeds niet compleet. Eigenlijk staat dit nog in de kinderschoenen

Waar ik me eerst een roepende in de woestijn voelde over het belang van zuivere data, merk ik hier toch een sterke kentering. Ook binnen Duurzaam Gebouwd is hier steeds meer aandacht voor. Onlangs ben ik samen met Mantijn van Leeuwen, directeur van NIBE, geïnterviewd over dit onderwerp. Mijn mening dat de data niet zuiver is, wordt door hem onderstreept. Sterker nog, hij stelt hierin: “Tot vijf jaar geleden werd duurzaamheid niet serieus genomen en nu eigenlijk nog steeds niet. Hoewel de Europese Commissie meer geld uittrekt om hier op wetenschappelijk niveau onderzoek naar te doen, wordt dit onderzoek op relatief bescheiden schaal uitgevoerd.” Van Leeuwen ziet het met lede ogen aan. “Ons doel is om zo objectief mogelijk aan iedereen gratis eerlijke milieudata over producten te kunnen leveren, zogeheten levenscyclusanalyses. Hiervoor zijn we afhankelijk van milieumodellen, die onder meer inzicht kunnen geven over hoe erg een bepaalde emissie is. Hoe beter deze modellen zijn, hoe betrouwbaarder ons werk wordt. De datasets achter die milieumodellen zijn echter nog steeds niet compleet. Eigenlijk staat dit nog in de kinderschoenen.”

Het belang van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) op het gebied van duurzaam en circulair bouwen wordt met name duidelijk bij een blik op de Nationale Milieudatabase (NMD). In deze database staan de belangrijkste milieuprestaties van producten in de vorm van een Environment Product Declaration (EPD). De LCA-berekening als geldt hierbij als uitgangspunt. In een levenscyclusanalyse (LCA) wordt de milieubelasting van een product in alle fases in de levensloop berekend. Dat gebeurt nu voor elf indicatoren. “Hiervan zijn er misschien vier goed uitgezocht”, zegt Van Leeuwen, “CO2 is het best onderzocht en heeft een hoge betrouwbaarheid. Maar over bijvoorbeeld toxiciteit is minder bekend en dat maakt de berekening niet betrouwbaar. En hoewel wij afhankelijk zijn van die modellen, ontbreekt bij ons het geld, de capaciteit en de expertise om hier zelf onderzoek naar te doen.”

Meer dan de helft van de berekeningen in deze database komt van NIBE of is door NIBE getoetst. Momenteel wordt er gewerkt aan een verbetering van LCA-berekeningen. “Alle LCA-berekeningen worden door een ander LCA-bureau getoetst om de onafhankelijkheid te bewaken”, legt Van Leeuwen uit. “Dat geldt ook voor onze berekeningen.”

Toch is dit in zijn ogen niet voldoende. “We pleiten bij NMD-beheerder Stichting Bouwkwaliteit (SBK) voor een toetsing van de toetsers, maar die stichting beschouwt zichzelf niet als de kwaliteitsbewaker. Daarnaast vinden wij dat bureaus niet klakkeloos de data van de fabrikanten moeten aannemen. We kunnen zelf niet gaan inspecteren, maar we doen zelf wel altijd een bedrijfsbezoek om ons goed van de situatie op de hoogte te brengen. Echt inspecteren zouden we toejuichen. Daarom werkt NIBE sinds 2018 samen met Kiwa Group, dat gespecialiseerd is in testen, inspecteren en certificeren.”

Kortom, volop ontwikkelingen welke een juiste interpretatie van de data moet opleveren en dus een eerlijkere manier van certificering. Ik juich het van harte toe! Juicht u met mij mee?

Het hele interview is hier terug te lezen op de website van Duurzaam Gebouwd

Algemeen

Inductiebevestiging: een bewezen manier van mechanische bevestiging

Hertalan RhinoBond EPDM inductie systeem

Een innovatieve manier van het mechanisch bevestigen van dakbedekking is met behulp van inductie. Deze manier van bevestigen biedt verwerkers en opdrachtgevers veel voordelen. Een snelle en efficiënte verwerking is hier een goed voorbeeld. Eveneens zorgt de bevestiging van EPDM dakbedekkingssystemen met behulp van inductie  ervoor dat de dakbedekking, na het verstrijken van de levensduur, eenvoudig en milieuvriendelijk is te scheiden van de ondergrond.

In de afweging of een dakbedekkingsysteem duurzaam is, is ook de wijze van bevestigen een onmisbare schakel geworden. Uit studies blijkt al langer dat mechanisch bevestigde systemen aanzienlijk geringere ‘schaduwkosten’ genereren dan bijvoorbeeld gekleefde systemen. En deze milieuvoordelen worden alleen maar groter als de combinatie gezocht wordt met een milieuvriendelijke dakbedekking als de EPDM van HERTALAN®. We hebben het hier dan ook over het mechanisch bevestigen van een EPDM membraan middels de Rhinobond inductie-lastechniek. Een techniek welke in de Verenigde Staten is ontwikkeld en  in Nederland in combinatie met EPDM wordt toegepast.

De verwerking van een HERTALAN® EPDM membraan middels inductie, komt in aanmerking voor een aantrekkelijke investeringsaftrek.

Het mechanisch bevestigen van dakbedekkingen heeft om meerdere redenen een praktische voorkeur. Een hiervan is de groeiende aandacht in het milieuaspect, of in deze tijd: de circulariteit. De overheid is een groot voorstander van het gebruiken van bouwmaterialen die einde levensduur circulair verwerkt kunnen worden. Ze hebben hier een programma op draaien waarbij de opdrachtgever investeringsaftrek kan genieten, bij het inzetten van deze toepassingen. De verwerking van een HERTALAN® EPDM membraan middels inductie, valt hieronder.

De inductietechniek

Misschien toch even verstandig om deze inductietechniek kort toe te lichten. Zelf ben ik net verhuisd naar een nieuwe woning en heb een intensieve verbouwing achter de rug. Als voorstander van alles wat groen en duurzaam is, heb ik ook bewust gekozen voor zonne-energie en een warmteboiler. Ik heb dus voor deze verbouwing niet meer voor een gasaansluiting gekozen. Maar dit ‘gasloze’ tijdperk zorgt er ook voor dat we anders gaan koken: koken op inductie dus. De kans is aanwezig dat u deze inductietechniek thuis ook al heeft of wellicht in de toekomst gaat gebruiken. Niets nieuws dus om zorgen over te maken.

Inductie is een techniek waarbij stroom wordt opgewekt middels een magnetisch veld. Als dit veld vervolgens in aanraking komt met een metalen pan, of op het dak met een drukverdeelplaat (DVP), dan wordt deze verwarmd. In de pan gaat het water koken en de op de DVP wordt een speciale coating  geactiveerd. Deze verbindt zich zo aan de bovenliggende EPDM dakbedekking, vervolgens moet het afkoelen en dat gebeurt door een (koel)magneet op de verbinding te plaatsen. De DVP blijft met de EPDM in verbinding en kan afkoelen. Misschien lang uitgelegd, maar in de praktijk een kort proces. De lascyclus bedraagt slechts 5 seconden en het koelmagneet blijft 30 seconden staan. Na 35 seconden is de bevestiging gereed. In het systeem wordt met meerdere koelmagneten gewerkt, waardoor de effectieve verwerking optimaal wordt.

Voor de toepassing van grote membranen biedt dit dus een mooie uitkomst. We kunnen deze bevestigen zonder de EPDM te moeten perforeren (en weer afdichten).

Industrialisatie

In andere blogs hebben we er ook al eens aandacht aan besteed en dat is de Industrialisering van onze bouwvolume. Wij zijn nog lang niet zover maar we zien de laatste jaren zeker verbeteringen en met name in een  verschuiving naar prefabricering af-fabriek. Zoals zo vaak met deze ontwikkelingen zijn de producenten allereerst aan zet. Dat doen ze overigens al decennia, sterker nog, dit soort systemen vertegenwoordigen inmiddels een groot deel van hun omzet. Onze partner in deze is OMG met hun systeemmerk RhinoBond®, welke we Europees breed inzetten bij de EPDM verwerking.

Verbazing

Tot mijn grote verbazing vernam ik dat vanuit de dakdekkershoek er twijfel was aangaande de verbinding van het systeem. Er was een voorval geweest met een andere kunststof product en dat bracht men aan het twijfelen. Nu heb ik geen ervaring met inductiemethode met andere kunststoffen, maar als je ziet wat wij alleen al met HERTALAN® EPDM wegzetten, verbaas ik mij over deze twijfels.  In Roemenië hebben we net een project afgerond met een dak van 80.000 m2 HERTALAN® EASY COVER en in Italië eentje van 70.000 m2 met HERTALAN® EASY COVER. Ook in ons eigen land is dit jaar al meer dan 40.000 m2 verwerkt. En dan hebben we het nog niet eens over de wereldwijde toegepaste daken.

En vergeet ook niet, al onze systemen worden in windkisten getest en zijn daardoor gecertificeerd. Onbekend maakt onbemind, dat zal het wel zijn. Er ligt dus nog een schone taak voor ons.

Algemeen

Eén plus één = drie

zwemvijver ecolan epdm vijverfolie

Hoe samenwerken tot succes leidt!

Binnen onze organisatie  is onze productgroep ECOLAN® een mooi voorbeeld van “Authority by Inspiration”. Onze  ECOLAN® mannen Jack en Remi zijn altijd bezig die extra stap te zetten. Dit doen ze dagelijks voor de klant, de opdrachtgever en het merk.

Passie is mooi, maar niet altijd genoeg. Als team stelden wij dan ook in dit geval de vraag: “Hoe kunnen we het merk ECOLAN® naar het volgende niveau brengen?”. Leidend in deze gedachte is dat bij een deel van onze relaties, de hovenier of tuin/landschapsarchitect, gemiddeld genomen slechts incidenteel een vijver in hun tuinontwerp is opgenomen. Dan ontbreekt er een stukje automatisme en wordt het een uitdaging in plaats van een kans.

Totaaloplossingen voor Tuinprofessionals

Water is een fantastisch element, of het nu stroomt, stilstaat of zich kabbelend voortbeweegt. Wel is er in alle gevallen goede techniek nodig, dat begint bij een perfecte EPDM vijverafdichting én techniek om water in goede conditie te houden en in beweging te brengen. Waar vaak bij dit soort projecten wordt tegenaan gelopen  is dat er te vaak met verschillende leveranciers contact gezocht moet worden, dat moet toch anders kunnen? Hoe kunnen we onze klanten hierin ontzorgen?

Om hier een passend antwoord op te kunnen geven, moest de volgende schakel worden gezocht in een samenwerking in de keten.

Water is onze verbindende factor. AUGA is al meer dan 30 jaar actief in veel disciplines van watertechniek. ECOLAN is de enige producent in de Benelux van EPDM rubber vijverfolie.

Deze link werd al snel gevonden met AUGA uit Hengelo. Een leverancier van hoogwaardige vijverpompen, filters, beluchting en dergelijke. “Amazing Water” is de merkbelofte van AUGA, iets wat goed aansluit bij onze “Authority by Inspiration”. De lijn van producten, systemen en servicelevel sluit haast naadloos op elkaar aan.

Water is onze verbindende factor. AUGA is al meer dan 30 jaar actief in veel disciplines van watertechniek. ECOLAN is de enige producent in de Benelux van EPDM rubber vijverfolie.

Samen in beweging

In januari zijn we gestart met onze samenwerking. De kick-off was met een gezamenlijke stand op het event van de “Tuinprofessionals”.  Niet met een hoop tromgeroffel, maar juist rustig en kijkend hoe de markt reageert. Als snel bleek het een succesvolle stap te zijn, vele positieve reacties en wat nog belangrijker is; veel mooie leads voor beide merken. Een  mooi succesvol begin.

In de maanden daarna zijn de eerste mooie projecten in gezamenlijkheid gescoord, een perfecte synergie met een complementair pakket voor de professionele verwerker en/of ontwerper.

Onze samenwerking doen we met behoud van eigen identiteit, waar Ton Fontein als eigenaar van AUGA en wij als ECOLAN® zeer aan hechten. Dit houdt in dat we samenwerken en samen optrekken, maar ieder zijn eigen bedrijfsvoering houdt. Deze match blijkt te werken.

Een sluitend vijveradvies: vanaf aanvraag tot aanleg zijn we betrokken bij uw waterproject en zorgen we samen voor een prachtig eindresultaat én tevreden klanten.

Ten tijde van het schrijven van deze blog, zijn de gevolgen van de Covid19  pandemie goed merkbaar. Mensen blijven meer thuis, gaan minder met vakantie en investeren daarom in hun tuin en/of woning. Dat zien wij terug in de aanvragen  en de projecten welke we mogen uitvoeren. We merken ook vooral de toegevoegde waarde die we nu kunnen bieden, geen vijver zonder professionele pomp en geen pomp zonder een goede EPDM waterafdichting. Door onze samenwerking kunnen we leveren we niet enkel meer een kwalitatieve EPDM vijverfolie, maar een complete vijverbeleving. Een sluitend vijveradvies: vanaf aanvraag tot aanleg zijn we betrokken bij uw waterproject en zorgen we samen voor een prachtig eindresultaat én tevreden klanten.

Algemeen

De meerwaarde van het werken met prefab EPDM toebehoren

RESITRIX hemelwaterafvoer - Carlisle blog

Als dakdekkers een dak gaan maken horen daar uiteraard allerlei materialen bij. Denk aan een dampremmende laag, thermische isolatie, dakbedekking, bevestigingsmiddelen en uiteraard ook hulpmaterialen. Die hulpmaterialen zoals ontluchtingen, plakplaten en hemelwater afvoeren zijn de ‘finishing touch’ van elke dakafdichting.

Zoals met alle materialen is er kwaliteitsverschil tussen de verschillende hulpmaterialen. In deze blog wil ik me concentreren op de hemelwater afvoeren. Een zeer belangrijk onderdeel omdat het grootste deel van het water wat op het dak komt, via de hemelwater afvoeren het dak moet verlaten. Het is dus van het grootste belang dat de kwaliteit van de hemelwater afvoeren minstens zo goed is als de dakbedekking zelf. De dakdekker is altijd 100% verantwoordelijk voor het waterdicht functioneren van hemelwater afvoeren.

Als we inzoomen op de hemelwater afvoeren zijn er legio mogelijkheden. In de ‘bitumen-wereld’ wordt vaak gebruik gemaakt van metalen plakplaten die men op het werk voorziet van een manchet van dezelfde dakbedekking als de dakbanen zelf. Dit is relatief makkelijk omdat het noodzakelijke verwarmen van zowel het manchet als de plakplaat gebeurt met de brander.

Het aanbrengen van RESITRIX EPDM gebeurt altijd veilig en zonder open vuur. RESITRIX blootstellen aan open vuur beschadigt de speciale hechtbrug welke juist de kwaliteit en levensduur van RESITRIX EPDM waarborgt. Alle overlappen worden gedicht met een hete lucht föhn. Ook de hemelwater afvoeren moeten met een hete lucht föhn worden verwerkt. Het voorbewerken van een plakplaat, knippen van het manchet en deze 100% goed aanbrengen op de plakplaat vergt vakmanschap en kost veel tijd.

Om het de dakdekker gemakkelijk te maken zijn PREFAB hemelwater afvoeren van RESITRIX beschikbaar. Deze zijn in alle gangbare maten leverbaar, zowel model ‘stadsuitloop’ als ‘onderuitloop’. Hierop zijn fabrieksmatig de RESITRIX manchetten al gelast, onder garantie van de fabrikant. Het is ook mogelijk de plakplaten eerst mechanisch te bevestigen in de ondergrond. Met PREFAB hemelwater afvoeren van RESITRIX is de dakdekker alleen nog maar verantwoordelijk voor het lassen van de buitenzijde van het RESITRIX manchet op de ondergrond. Het inwerken van hemelwater afvoeren is daarmee  eenvoudiger, sneller (lees: goedkoper) en veiliger gemaakt.

Hemelwater afvoeren hebben een belangrijke functie in het duurzaam waterdicht functioneren van dakconstructies. In daken met topkwaliteit RESITRIX dakbedekking horen ook topkwaliteit prefab RESITRIX hemelwater afvoeren. Carlisle CM heeft dan ook verplicht om prefab RESITRIX hemelwater afvoeren toe te passen bij daken met RESITRIX Verzekerde Project Garantie. Dit geeft duidelijkheid en zekerheid aan de dakdekkers, en gegarandeerde kwaliteit voor de opdrachtgevers.