All Posts By

Benno Nijenhuis

Algemeen

Circulaire economie: van horen zeggen!

Blog CCM Europe

Een Circulaire Economie realiseren lukt niet alleen. In mijn ogen krijgt de industrie, als onderdeel van de keten (en circulaire cirkel), hierbij slechts een beperkt podium. Dit moet toch anders kunnen? Hoog tijd om cirkel te versterken met de noodzakelijk partijen en materialen.

Op de een of andere manier heb ik iets met Amerikaanse rechtbankseries. Waarschijnlijk is dat voortgekomen uit mijn studententijd, toen ik nog veel boeken las, met name die van John Grisham. In die series valt vaak de opmerking hearsay, wat betekent: ‘Van horen zeggen, gedefinieerd als een buitengerechtelijke verklaring, afgelegd in de rechtbank, om de waarheid van de beweerde zaak te bewijzen’.

Tafelgasten

Ik ben van mening dat we zo langzamerhand in een hearsay-generatie zijn terechtgekomen. Recentelijk zat een hoofdredacteur van een lifestyle magazine aan tafel bij WNL’s Goedemorgen Nederland, waar ze haar mening mocht geven over het conflict Oekraïne-Rusland. Lekker belangrijk, dacht ik, hearsay!

Maar wanneer is iemand nu een expert en wanneer ‘een hearsay’?

Het is toch wel vreemd dat we onze talkshows in Nederland vanuit alle windstreken deels vullen met tafelgasten en iedereen kan meepraten over specifieke onderwerpen. Typeer het als entertainment, wat VI Vandaag overigens goed doet, en dan heb ik er vrede mee. Leg er echter niet het label ‘expert’ op, want dan heb ik er een probleem mee.

Spiegelend naar ons marksegment, gebeurt er precies hetzelfde. Wellicht aangewakkerd door social media, drang naar erkenning of marketing exposure. En begrijp me goed, daar is niets mis mee, ook wij en ik doen daaraan mee. Maar wanneer is iemand nu een expert en wanneer ‘een hearsay’?

Marketingexposure

Ons marktsegment zit vol met (Europese) normeringen en lokale certificeringen, een woud aan regelgeving dat elk jaar onoverzichtelijker wordt. Deze regelgeving zorgt er ook voor dat er een heel segment aan adviseurs is ontstaan. Iemand moet er verstand van hebben en daarin begeleiding kunnen geven. Maar hoe creëer je als dienstverlenende adviseur dan marketingexposure? Dat kun je doen door naar buiten te treden, presentaties te geven en deel te nemen aan congressen en webinars. Het delen van kennis is hier cruciaal en noodzakelijk, wij doen het ook. Van delen is nog nooit iemand dommer geworden.

Maar wat als deze adviseurs ook meningen gaan geven over onderwerpen waarin men geen expertise heeft? Je bent dan wel expert, maar niet op alle gebieden. Zoals die redacteur bij WNL of een rijschoolinstructeur, die opeens ‘het rechts heeft voorrang’ gaat claimen. Van hearsay dus!
Dat is er op dit moment gaande: te veel experts in de dienstverlening nemen het podium om allerlei onderwerpen te claimen.

Duurzame Top 50

Een typerend voorbeeld daarvan vind ik altijd de uitreiking van de Duurzame Top 50 Awards (foto onder), waarbij ik oprecht iedereen in die lijst zijn/haar positie gun. Het zal wel aan mij liggen, maar ik ken het merendeel van die mensen helemaal niet, terwijl ik me al twintig jaar in de bouw begeef. Hierbij steek ik de hand in eigen boezem en trek de conclusie dat de blaam bij mij ligt. Dat gezegd hebbende, ben ik nog steeds niet bekend met een groot deel van de top 20.

Duurzame top50

Vandaar dat ik mij erin verdiept heb! Van de top 20 is 9 vrouw en 11 man, met 2 architecten, 2 aannemers, 2 mensen uit de installatietechniek, 2 bestuurders en 1 uit het onderwijs. Het is verbazingwekkend dat er in 2021 niemand uit de financiële hoek in de lijst staat (dat is ook weleens anders geweest), maar wel elf dienstverleners/adviseurs. En wellicht nog verbazingwekkender: niemand uit de industrie!

Kan iemand mij uitleggen hoe je als adviseur, aannemer of architect een bebouwde omgeving inricht zonder producten die daarvoor geschikt zijn? Zonder ondernemers die hun ‘kop in de wind’ zetten en risico’s nemen in de ontwikkeling van materialen? Zonder internationale corporate organisaties die wereldwijd hun expertise en budget bundelen om aan de vraag te voldoen?

Hoe kun je dan op een voetstuk staan, als je eigenlijk een afhankelijkheidsrelatie hebt?

Volgens mij zijn producenten als Nibe en Mitsubishi toch echt degenen die de warmtepompen leveren en optimaliseren. Zonder hen geen energietransitie. Zonder hen geen duurzaam advies, toch? En kijkend naar mijn eigen marktsegment: zonder goede luchtdichtende producten is er geen kierafdichting. Zonder optimale isolatiematerialen ga je niet voldoen aan BENG-achtige normeringen en is er geen besparing in energie, waarover jij als adviseur communiceert.

Moet ik verder gaan? Hoe kun je dan op een voetstuk staan, als je eigenlijk een afhankelijkheidsrelatie hebt? Je bent en blijft afhankelijk van wat de markt jou te bieden heeft. Van hearsay!

Dit is geen pleidooi om anderen uit hun positie te halen, helemaal niet. We hebben elkaar nodig! Dit is wel een pleidooi om de maakindustrie eens een podium te bieden. Uit eigen ervaring merk ik dat ik het steeds lastiger vindt om onze eigen, goede duurzame ontwikkelingen aan de man te brengen. Als ik in een netwerk met adviseurs zit, en het gaat om een duurzame dakafdichting, krijg ik al snel de vraag ‘of het biobased is’? We hebben het hier over een noodzakelijke afdichtingslaag die een bouwwerk decennialang beschermd tegen allerlei Nederlandse weersomstandigheden! Hoezo biobased? Dat is een typisch voorbeeld van hearsay uit een andere toepassing.

Circulaire economie

We gaan onze woningopgave niet redden als we enkel van de zijlijn roepen dat het allemaal veel duurzamer moet. Onze markt kan niet tegelijkertijd én de energietransitie, én het stikstofdilemma én de CO2-reductie oplossen en vervolgens nog eens 1 miljoen woningen creëren. Daarbij zitten wij als industrie midden in een wereldwijd verstoorde supply chain met omhoogschietende grondstofprijzen.

Ik  de nog nooit over de vloer gehad en het zal mij niet verbazen dat wij niet de enige in de maakindustrie zijn.

Bundel nu eens de krachten, ga bij de industrie ter rade welke circulaire oplossingen zij bieden en combineer die in onze bouwomgeving. Ga nu geen vergezichten en onmogelijkheden bedenken, omdat je het ergens hebt gehoord. Carlisle Construction Materials BV is de enige producent van water- en luchtdichte EPDM-folie in Noordwest-Europa. Een materiaal dat meer en meer wordt ingezet om duurzame doelstellingen te behalen. Maar de Duurzame Top 50 heb ik nog nooit over de vloer gehad en het zal mij niet verbazen dat wij niet de enige in de maakindustrie zijn.

Circulair is een mooi woord, een oneindige cirkel waarin de noodzakelijk materialen en partijen elkaar versterken. Maar dan moet je de inhoud van die cirkel wel goed definiëren, anders wordt het een hearsay-cirkel.

Deze blog is ook verschenen op Duurzaam Gebouwd

Algemeen

“Gewoonten zijn het samengestelde belang van je eigen progressie”

Blog - Gewoonten zijn het samengestelde belang van je eigen progressie

De ‘verkiezingssneltrein’ raasde weer door Nederland en het politieke steekspel is weer vol in gang. Dossiers die gedurende de afgelopen vier jaar in afstemming, overleg en debatten lastig tot afronding kwamen, leken tijdens de verkiezingen opeens eenvoudig oplosbaar. Waar in de tijd van mijn ouders Nederland werd geregeerd door twee of hooguit drie partijen, schuiven de komende vier jaar waarschijnlijk het dubbele aantal aan in de Trêveszaal.

Waarom kunnen we tijdens de campagnetijd het klimaatprobleem wel opeens oplossen? En waarom lukt dit niet als we moeten samenwerken? Onze valkuil is hier de handelsgeest, want het gaat vaak te snel in Nederland. In dit specifieke geval omarmt het zittende kabinet  Europees gestelde doelstellingen, in de kamer gieten we er ons Nederlandse sausje overheen (want iedereen moet toch mee kunnen praten) en we gaan aan de slag.

In het ondernemend landschap doe we precies hetzelfde; ‘groene’ start-ups worden omarmd en al snel gezien als potentiële Unicorns, slopen heet opeens Urban Mining en extensieve groendaken worden de oplossing voor onze retentieproblemen. Maar kijken we naar belangrijke bouwproblematiek: wat is dan de status van de PFAS en stikstofdiscussie? En staat de energietransitie nog op de kaart, nu blijkt dat het toch echt wel kostbaar is om elke bestaande woning om te zetten zodat ze een andere, duurzame energiebron kunnen toepassen?

Nieuwe bouwmethoden omarmen om nieuwe doelen te bereiken

Kijken naar andere sectoren

Af en toe eens kijken naar andere sectoren of ondernemers kan ook verhelderend zijn. Recentelijk las ik een interessant artikel op Inc.com over Sir Dave Brailsford de oprichter van de zo succesvolle Sky-ploeg.

Zijn filosofie is gebaseerd op het feit: ‘Dat het erg lastig is om op korte termijn enorme winsten te boeken in vaardigheden en prestaties. Maar dat het vrij eenvoudig is om elke dag kleine wijzigingen aan te brengen.’ Dus een continue vorm van verbeteringen, het geheel van de marginale winsten. Denk aan progressie, niet aan perfectie. Drie jaar na oprichting behaalde Bradley Wiggens de eerste tourzege van Sky.

Ik werk als marketeer in een nog steeds conservatief gedomineerde bouw en leg continu dit soort verbanden tussen ons marktsegment en interessante ontwikkelingen buiten onze sector. Hierbij probeer ik wel te voorkomen om niet te lang stil te staan bij de werkwijzen van bijvoorbeeld Apple of Tesla, want de bouw is (nog) geen IT sector: we werken niet met abonnementsvormen en kunnen nu niet teren op de winsten die in de toekomst waarschijnlijk gemaakt worden.

Van individu naar collectief

Mijn ervaring is dat de bouw vaak wordt gezien als een grote marktplaats van goederen, we halen essentiële lagen uit elkaar en willen die individueel inkopen. Onze handel zit in de vijf gevels van een gebouw, voor ons de lucht- en waterafdichting. Specifiek met EPDM en BUTYL-oplossingen. De combinatie maken, dat zie je wél in andere sectoren, want daar wordt de meerwaarde ervan gezien. Een auto ga je ook niet in losse onderdelen inkopen en een laptop al helemaal niet. Maar waarom doen we dat in de bouw dan wel?

De B+U heeft met zo veel verschillende lagen en betrokkenen van doen, dat het haast wel lijkt op wat er in Den Haag gebeurd. Individueel weten we het wel, maar gezamenlijk is het vaak lastiger. Toch zie ik wel vooruitgang, want sinds de kredietcrisis is er veel meer aandacht voor faalkostenreductie en marge-optimalisering en dat maakt de markt ook veel beweeglijker en soms transparanter.

Emotie boven ratio?

Als ik een link mag leggen met ‘mijn’ marktsector dan zien we dat de markt voor het ‘platte dak’ vol in beweging is en vooral internationaler wordt. Recentelijk is Amerikaanse EPDM producent Firestone voor maar liefst $ 3.4 miljard overgenomen door Frans/Zwitsers Lafarge/Holcim. Het Amerikaanse Standard Industries is groeiende en heeft in 2016 het van oorsprong Deense Icopal geacquireerd en een jaar later BraasMonier, het Franse Soprema is een duidelijke EU-footprint aan het realiseren, het Ierse Kingspan rijgt regelmatig een nieuw bedrijf aan haar parelketting. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Het platte dak is internationaal in trek en in ontwikkeling, toch worden we in Nederland nog steeds niet gezien als een fatsoenlijke vijfde gevel. Na al die jaren dat ik in deze sector actief ben is een gebouweigenaar nog steeds bereid meer geld per m2 uit te geven aan zijn ‘vloerbedekking’ dan aan een fatsoenlijke dakbedekkingsconstructie. Waarom?

Mijn zelfbenoemde valkuil -onze handelsgeest- regeert ook hier. Emotie boven ratio, wat aangeeft dat we dus eigenlijk niet veel anders zijn dan een goede afspiegeling van onze politieke leiders.

 

Deze blog is ook verschenen op Duurzaam Gebouwd

Algemeen

Covid-19 gaat onze traditionele B+U mindset doorbreken

MVRDV - Valley

Eind jaren ’90 was ik al eens aanwezig op Nationale Dakendag van de BDA in het Beatrixgebouw te Utrecht. Eén van de topics was het groene dak en alle maatschappelijke voordelen die daar mee gepaard gaan. Na een uitstapje van acht jaar in de civiele markt kwam, landde ik in 2007 weer terug in het dakenlandschap. Veel vooruitgang bleek er niet geboekt te zijn op dit onderwerp, het groene dak stond nog steeds op de agenda van deze Nationale Dakendag editie 2008. En nu 12 jaar later is er eigenlijk nog steeds niet veel veranderd, behalve dat de Nationale Dakendag een aantal jaren ter ziele is gegaan.

Waarom is het toch zo lastig om het platte dak standaard als vijfde gevel te beschouwen, als een nieuw maaiveldniveau dat ingericht kan worden? Recentelijk heb ik een aantal mooie interviews mogen afnemen met architecten en dakondernemers. De kernvraag was: “Wat is de invloed van de huidige Covid-19 pandemie op de visie van de binnenstedelijke architectuur en de platte dakenmarkt in het bijzonder?”

We richten onze woonhuizen deels in als kantoor, zitten minder op de weg en nemen digitaal deel aan vakbeurzen. We komen grotendeels onze eigen buurt niet eens meer uit. Dat moet toch consequenties hebben voor de ontwerpvisies van de toekomstige binnenstedelijke bouw? Kan Covid-19 het definitieve vliegwiel zijn voor ontwikkelingen, ook op dakengebied. Want laten we eerlijk zijn, de kans is zeer groot dat het kantoor waar je nu zit en dit leest een plat dak heeft. Of je werkt vanuit huis kijkt uit op een plat dak. Dan is het toch aantrekkelijker om bijvoorbeeld zicht te hebben op een tuindak?

EPDM dakbedekking, groendak

Nog even terug naar mijn achtjarige afwezigheid uit de dakenbranche: er is wel degelijk wat gebeurd (ook in de jaren ’90) en als ik specifiek naar onze EPDM merken kijk, dan worden die veelvuldig ingezet als afdichting onder Multifunctionele daken.

Neem bijvoorbeeld de vele projecten waarin RESITRIX® EPDM onder intensieve daktuinen of retentiedaken ligt, of HERTALAN® EPDM dakbedekking onder sedum begroeiing.

Het platte dak is in Nederland een soort van open marktplaats.

Keuzes maken

Ik denk niet dat we de oplossing moeten gaan zoeken aan de producentenkant. Wij willen namelijk wel. Er zijn voldoende initiatieven in de markt die vanuit de producentenkant worden ondersteund. Maar ze geven gelijk wel een pijnpunt: een multifunctioneel dak is niet een product maar een samengestelde afdichting. Een geheel van meerdere lagen, die gezamenlijk tot doel hebben een duurzaam waterdichte, isolerende en bouwfysische laag te vormen op het platte dak met functionele eigenschappen. Een nieuw maaiveld waar vervolgens de multifunctionaliteit op ingericht kan worden. Alleen ook hier geldt en daar zit de kern van het probleem: deze ketting is zo zwak als de zwakste schakel.

Het platte dak is in Nederland een soort van open marktplaats. De verantwoordelijkheden uit de ontwerpfase van een gebouw worden niet overgedragen naar de uitvoeringsfase. Wat dat betreft is de situatie nu nog grotendeels hetzelfde als eind jaren ’90. Materialen worden nog steeds op productniveau uitgewisseld. Als een EPDM dakbedekking wordt voorgeschreven in een multifunctioneel plat daksysteem, dan dient dat een doel en kun je niet zomaar deze laag omwisselen voor een andere. Het is goed dat er andere keuzes zijn, maar wissel dan het gehele systeem om en doe niet aan willekeur.

Een multifunctioneel dak is niet een product maar een samengestelde afdichting, je kunt in de productopbouw niet zomaar wijzigingen doorvoeren.

Veranderend inzicht

Terug naar mijn interviews. Eén is een architect en de ander met een voorliefde voor het groene dak, iemand die op een missie is. De architect geeft in het interview zijn visie op de toekomstige binnenstedelijke ontwikkeling: gestapelde bouw met hybride functies en veel groen, waar op een functionele en ontspannende manier de woon- en werkfunctie gecombineerd kunnen worden en met ingerichte platte daken, verspringende balkons en patio’s. “We gaan de binnenstad definitief anders inrichten. Waar in het verleden de woonfunctie centraal stond, wordt het nu meer de combinatie van werken, wonen en recreëren.” De dakondernemer onderstreept dit en geeft ook aan dat er binnenstedelijk nog zoveel “vrij daken” zijn, waar we iets met groen of recreatief op kunnen doen. Er wordt veel bijgebouwd, maar het binnenstedelijke potentiaal blijft aanwezig.

En deze gedachten horen we meer, we willen vanuit het ondernemerschap en ontwerp wel degelijk doorzetten. Toch gaat er dan wat mis in de schakel van het moment van gedachte tot het moment van oplevering.

Waarom wordt er in kantoren bijvoorbeeld zo veel geld uitgegeven aan een vloerbedekking, terwijl er bezuinigd moet worden op de dakbedekking?

Mijns inziens ligt het euvel in het feit dat we in een ‘harde’ B-to-B markt zitten. In de B-to-B willen inkopers continue afromen, zo zijn ze namelijk opgevoed. Een systeem wordt in onderdelen ontkoppeld en per laag uit onderhandeld. Dat zien we nagenoeg niet in de B-to-C markt of de meer ‘zachtere’ B-to-B, daar speelt emotie en persoonlijke interesse nog wel degelijk een rol. Waarom wordt er in kantoren bijvoorbeeld zo veel geld uitgegeven aan een vloerbedekking, terwijl er bezuinigd moet worden op de dakbedekking. Als dat dak lek is, dan gaat ook die duurdere vloerbedekking eraan.

Cruciale aansluitingen

Grotius ProjectHet multifunctioneel inrichten van platte daken en balkons in gestapelde bouw vergt wel wat andere inzichten. Een plat dak bij hoogbouw op 70 meter zal niet snel worden ingericht als een intensief groendak, vaak wordt het de plek waar de technische installaties staan. De aandacht verschuift dan eerder naar de balkons en patio’s, waar met bloembakken en speciale afdichtingen ruimte wordt gecreëerd voor de begroeiing en bewatering.

Wonderwoods in Utrecht en De Valley in Amsterdam zijn mooie voorbeelden: groene oases in gestapelde bouw waar EPDM voor de water- en luchtafdichting zorgt. Of de Grotius torens in Den Haag, waar verspringende driedimensionale balkons met groen voor een hele bijzondere uitstraling zorgen. Wat al dit soort projecten verbindt is de complexiteit van de afdichtingen. We hebben het hier niet meer over zogenaamd eenvoudige daksystemen of 2D gevelaansluitingen. Hier worden driedimensionale afdichtingen gevraagd, kennis in prefabricering van elementen en bouwkunde. EPDM is dan vaak de beste oplossing als het gaat om duurzame afdichtingen.

Het vliegwiel

Is Covid-19 het vliegwiel voor duurzame acceptatie van een multifunctionele inzet van het platte dak? Daar ben ik heilig van overtuigd. Alleen moeten wij in ons eigen vakgebied nog de nodige stappen zetten. Met name moeten wij onze eigen perceptie van de opbouw van het platte dak goed onder de loep nemen, omdat conservatisme nog hoogtij viert. Een eerste stap is de acceptatie van 0 graden daken en extensieve begroeiing als geaccepteerde ballast laag. We hebben nog een lange weg te gaan. Ik hoop dat die korter duurt dan dertien jaar.

Algemeen

Hoe zuiver is de data die wordt ingezet bij het berekenen van duurzame vraagstukken?

Project the Valley

Sinds 2015 zijn wij kennispartner van Duurzaam Gebouwd. Voor ons een belangrijk platform om kennis uit te wisselen tussen andere bouwpartners en om hier ook zelf een actieve rol in te nemen.  Regelmatig zien we vanuit dit platform interessante discussies langskomen waarin we graag aanhaken. Eerder schreef ik al eens over weeffouten in het bepalen van de waarde van teruggehaald en afgeschreven materiaal. De strekking van dit verhaal? Het lijkt meer te lonen om een product terug te halen en als afgeschreven materiaal te recyclen dan een oprecht duurzaam product te produceren.

Een andere interessant vraagstuk is aangaande de onderliggende data waaruit de mate van duurzaamheid van een product wordt bepaald. Vanzelfsprekend spelen de milieukosten van bouwmaterialen een cruciale rol. Data uit de Nationale Milieudatabase zijn hierbij van belang én bepalend. Ik vraag mij dan af:  “Hoe zuiver is de data die hiervoor gebruikt wordt en op welke manier wordt deze data getoetst?”

Veel producenten zijn afhankelijk van de juiste data van hun leveranciers

Als producent maken wij een bouwproduct vanaf de grondstof: we kopen grondstoffen in, mengen deze zelf en produceren een EPDM-folie. Alle milieustromen liggen dus bij ons. Veel data die is opgenomen in de Nationale Milieudatabase bestaat uit een clustering van meerdere producenten (cat. 2 data), hier zijn die stromen dan niet meer goed zichtbaar of men is afhankelijk van hun leverancier.

Voor ons als organisatie ligt hier een voornaam pijnpunt. Wij zijn van mening dat er niet kan worden aangetoond dat in de Nationale Milieudatabase met zuivere data wordt gewerkt. De verificatie van een EPD aan de grens vindt plaats op de gevoerde procedure en niet op de inhoud. Het aangeleverde dossier is hierbij leidend, de zuiverheid en volledigheid kan in de huidige setting niet goed worden bekeken.

De datasets achter die milieumodellen zijn echter nog steeds niet compleet. Eigenlijk staat dit nog in de kinderschoenen

Waar ik me eerst een roepende in de woestijn voelde over het belang van zuivere data, merk ik hier toch een sterke kentering. Ook binnen Duurzaam Gebouwd is hier steeds meer aandacht voor. Onlangs ben ik samen met Mantijn van Leeuwen, directeur van NIBE, geïnterviewd over dit onderwerp. Mijn mening dat de data niet zuiver is, wordt door hem onderstreept. Sterker nog, hij stelt hierin: “Tot vijf jaar geleden werd duurzaamheid niet serieus genomen en nu eigenlijk nog steeds niet. Hoewel de Europese Commissie meer geld uittrekt om hier op wetenschappelijk niveau onderzoek naar te doen, wordt dit onderzoek op relatief bescheiden schaal uitgevoerd.” Van Leeuwen ziet het met lede ogen aan. “Ons doel is om zo objectief mogelijk aan iedereen gratis eerlijke milieudata over producten te kunnen leveren, zogeheten levenscyclusanalyses. Hiervoor zijn we afhankelijk van milieumodellen, die onder meer inzicht kunnen geven over hoe erg een bepaalde emissie is. Hoe beter deze modellen zijn, hoe betrouwbaarder ons werk wordt. De datasets achter die milieumodellen zijn echter nog steeds niet compleet. Eigenlijk staat dit nog in de kinderschoenen.”

Het belang van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) op het gebied van duurzaam en circulair bouwen wordt met name duidelijk bij een blik op de Nationale Milieudatabase (NMD). In deze database staan de belangrijkste milieuprestaties van producten in de vorm van een Environment Product Declaration (EPD). De LCA-berekening als geldt hierbij als uitgangspunt. In een levenscyclusanalyse (LCA) wordt de milieubelasting van een product in alle fases in de levensloop berekend. Dat gebeurt nu voor elf indicatoren. “Hiervan zijn er misschien vier goed uitgezocht”, zegt Van Leeuwen, “CO2 is het best onderzocht en heeft een hoge betrouwbaarheid. Maar over bijvoorbeeld toxiciteit is minder bekend en dat maakt de berekening niet betrouwbaar. En hoewel wij afhankelijk zijn van die modellen, ontbreekt bij ons het geld, de capaciteit en de expertise om hier zelf onderzoek naar te doen.”

Meer dan de helft van de berekeningen in deze database komt van NIBE of is door NIBE getoetst. Momenteel wordt er gewerkt aan een verbetering van LCA-berekeningen. “Alle LCA-berekeningen worden door een ander LCA-bureau getoetst om de onafhankelijkheid te bewaken”, legt Van Leeuwen uit. “Dat geldt ook voor onze berekeningen.”

Toch is dit in zijn ogen niet voldoende. “We pleiten bij NMD-beheerder Stichting Bouwkwaliteit (SBK) voor een toetsing van de toetsers, maar die stichting beschouwt zichzelf niet als de kwaliteitsbewaker. Daarnaast vinden wij dat bureaus niet klakkeloos de data van de fabrikanten moeten aannemen. We kunnen zelf niet gaan inspecteren, maar we doen zelf wel altijd een bedrijfsbezoek om ons goed van de situatie op de hoogte te brengen. Echt inspecteren zouden we toejuichen. Daarom werkt NIBE sinds 2018 samen met Kiwa Group, dat gespecialiseerd is in testen, inspecteren en certificeren.”

Kortom, volop ontwikkelingen welke een juiste interpretatie van de data moet opleveren en dus een eerlijkere manier van certificering. Ik juich het van harte toe! Juicht u met mij mee?

Het hele interview is hier terug te lezen op de website van Duurzaam Gebouwd

Algemeen

Samen op weg naar vernieuwing?

Op weg naar vernieuwing - Carlisle blog

Samen op weg naar vernieuwing?

Vaak zit de belevingswereld van feitelijkheden aan elkaar. Zo is de bouwsector één van de laatste sectoren die feitelijk nog moet innoveren. We digitaliseren inmiddels volop, maar de industrialisatie blijft nog ver achter. We zijn nog lang niet op het niveau van het gemiddelde Nederlandse bedrijfsleven, maar er worden stappen gezet. Met name procesbeheersing en toepassing van slimme software maakt het ontwerpen efficiënter, worden faalkosten tijdig herkend en is het traditionele inkopen “voor de laagste prijs” geen gemeengoed meer

De bouwcrisis heeft er vanaf 2009 flink ingehakt. Achteraf wellicht een noodzakelijk kwaad om de voortgang een boost te geven. Wereldwijd zijn er disruptieve modellen ontstaan die deze industrialisatie wel omarmen, zie bijvoorbeeld Katerra in de VS. Aannemers worden meer en meer proces georiënteerd en architecten meer onderscheidend. Waar wij ons nog wel eens zorgen over mogen maken zijn al die zelfstandigen die er het laatste decennium bij zijn gekomen in Nederland.

Wat gaat er daar gebeuren als het bouwvolume afneemt? Feitelijk bestaat 84% van de Nederlandse bouwbedrijven uit één persoon, in januari 2020 waren er 216.242 zzp’ers actief in de bouw.

Flexibiliteit; wees voorbereid op het onverwachte

Waar zit nu deze ontwikkeling bedrijfsmatig? De bouw van een woning of utiliteit wordt inmiddels meer als bouwproces dan als bouwproject aangevlogen. En een procesmanager is toch echt een ander persoon dan een traditionele projectmanager. Een mooi voorbeeld hierin is de digitalisering door BIM. Alle grote aannemers hebben dit al lang omarmt en daar zie je dan ook volledig nieuwe functies ontstaan. Deze koerswijziging voer je als aannemer natuurlijk niet door, als je ook maar de intentie hebt om bij het oude denken te blijven. Flexibiliteit is hier dan ook het toverwoord. Een aanhoudende vorm van aanpassing om maar te voorkomen dat nu net jouw onderneming als dinosaurus ten ondergaat.

Maar hoe zit dat nu eigenlijk in onze sector, onder de dakdekkers? In hoeverre zijn zij in staat zich door te ontwikkelen, flexibel op te stellen en onderscheidend te zijn? We verwerken nog steeds voor het merendeel bitumen, vaak op een traditionele manier. Vorig jaar is er nog flinke paniek ontstaan onder boeren en grondverzet bedrijven. Uit het niets was daar een uitspraak van de Raad van State. PFAS en Stikstof voerden de woordenlijst aan en een complete sector lijdt schade, zonder dat ze er zelf maar enige sturing in te hebben. Ooit afgevraagd of dat ook in onze sector kan gebeuren? Dat er een calamiteit ontstaat, die wetswijzigingen in een stroomversnelling zetten? We kennen inmiddels de voorbeelden uit Londen (gevelplaten) en een hele tijd terug uit Enschede (vuurwerk). Wat zal er gebeuren als zoiets voor de verwerking op het dak gebeurt, in hoeverre kan onze sector dat opvangen en een switch maken naar verwerking van dakbedekking zonder open vuur. Wees dus flexibel, stel je in op de toekomst en omarm feitelijk meerdere productkeuzes.

Handen uit de mouwen!

Eigenlijk draait alles bij flexibiliteit dus om aanpassingsvermogen. Thema’s die perfect aansluiten bij de EPDM afdichtingsproducten die wij produceren. Productontwikkelingen en toepassingen die voor ons al jaren gewoongoed zijn, vinden meer en meer hun weg in de B+U bouw. We kennen EPDM uiteraard als duurzame dakbedekking, in tien jaar tijd is deze toepassing van 4 miljoen m² gegroeid naar 14 miljoen m². Feitelijk wordt op dit moment bijna elk vijfde platte dak in Nederland met EPDM afgedicht. Waarbij de potentie nog aanzienlijk groter is.

Voor de eerder besproken zelfstandiger is het haast niet meer mogelijk zich tegen brand te verzekeren, aanpassing is dus gevraagd. Het werken zonder open vuur wordt onder deze vakmensen inmiddels dan ook goed omarmt.

Koplopers in onze sector

Een echte aanrader is de VPRO Tegenlicht documentaire “Houtbouwers” uit 2019. Hierin wordt een koppeling gelegd tussen de klimaat CO2 problematiek en onze traditionele wijze van bouwen met cement/beton. Waarom bouwen we nog steeds met een bouwmateriaal dat verantwoordelijk is voor 9% van de wereldwijde CO2 uitstoot? Architect Marco Vermeulen breekt daar de lans voor het overstappen naar houtbouw. In Nederland is feitelijk 140.000 ha bosbouw beschikbaar om mee te bouwen en in Finland “groeit” zelfs elke 14 seconden en huis. Inmiddels zijn er ook in NL meerdere mooie voorbeelden, bijv. Hotel Jakarta in Amsterdam. Door architect Bjarne Mastenbroek van SeArch ontworpen en voor 80% bestaande uit hout. Met op het dak uiteraard een EPDM afdichting.

Dit alles is natuurlijk niet nieuw. Bouwen met hout is al zo oud als de mensheid en afdichten met EPDM doen we al sinds de jaren ’60. Maar waarom geniet in Europa dan nog steeds de traditie de voorkeur? Wist u dat in bijvoorbeeld de Verenigde Staten het merendeel van de daken feitelijk worden afgedicht met kunststoffen (EPDM, TPO en PVC), daar is een bitumineuze marktaandeel marginaal.

Algemeen

Is de noodzaak voor certificeringen van bouwproducten achterhaald?

Duurzaam bouwen - certificaat bouwproducten

“Vaak hoort men de klok luiden, maar dan is de klepel volledig zoek”. Dit is in mijns inziens nog steeds de realiteit als wij het over certificeringen van bouwproducten hebben. Want wanneer komt zo’n certificering bij een wederpartij in beeld? Juist als er problemen zijn, of als er getoetst moet worden. Dan wordt er dus reactief op een situatie gereageerd. Dat moet niet!

Het certificeren van bouwproducten geeft een basis voor vertrouwen. Wij hebben als producent van EPDM dakbedekking niets te verbergen, beter nog wij willen excelleren. Wij willen het beste voor onze relaties en daar daag ik mijn afdeling dagelijks voor uit, om dat te realiseren. De stelling “De noodzaak voor bouwcertificeringen is achterhaald”, kan bij deze dus van tafel.

Ook in de huidige praktijk is er veel gaande op dit gebied. Kijk alleen maar eens naar de rol van het alom gekende KOMO certificaat. Was het niet altijd zo, dat als op een EPDM dakbedekking een KOMO keur zat, het product wel geaccepteerd werd. Dit terwijl een KOMO certificaat eigenlijk nooit nodig is geweest om datzelfde EPDM dakbedekkingssysteem te verkopen. Daarentegen is het CE document in Nederland nooit echt als een algemeen erkend keurmerk. Eerlijk gezegd hebben wij het ook nooit zo ingezet voor onze EPDM dakbedekkingen. Voor ons was dit het KOMO keur.

“Europa” is hier de verbinding en dan met name de Europese Verordening Bouwproducten. Deze heeft tot doel het vrije verkeer van bouwproducten in de Europese Unie te bevorderen. Hierin worden de testprocedures vastgelegd, op welke wijze bouwproducten –dus ook EPDM dakbedekking- moet worden getest. En nu komt het: “Via de CE markering worden de resultaten kenbaar gemaakt, op basis van geharmoniseerde normen”.

Met andere woorden: Op lokaal niveau (lees: landelijk) kunnen enkel eisen worden gesteld aan de Bouwwerken waarin deze producten worden verkocht. Dit gebeurt bij ons via het Bouwbesluit. Verder is Europa aan zet en worden de lokale keuringen en keurmerken als de KOMO niet in waarde geschat.

Brede scope aan certificeringen

Bij Carlisle® Construction Materials BV houden ons uiteraard aan de Europese richtlijnen. Op zich voor ons geen probleem omdat wij deze certificeringen en keuringen altijd breed hebben ingezet. Toch blijft een KOMO certificaat belangrijk voor ons. Wij hebben deze nl. sinds 1988 en zijn daarmee de eerste Nederlandse leverancier van EPDM dakbedekking die dit traject voor elkaar had.

KOMO en CE zijn niet de enige keurmerken waarmee wij onze kwaliteit onderstrepen. Op productniveau hebben wij een ATG en BBA certificering. Maar waar wij vooral ook veel energie in steken zijn de ISO management certificaten. Deze worden voor de organisatie afgegeven en niet voor haar producten. De bekendste is de ISO 9001 (in bezit sinds 1993), dit is een kwaliteitsmanagementsysteem . Daarnaast hebben wij het milieumanagementsysteem ISO 14001 (in bezit sinds 2006).

Algemeen

Duurzaamheid: It`s all about Storytelling

Story telling - CCM Blog small

We kunnen er niet meer om heen: duurzaamheid is hot! Bijna elke toeleverancier in de bouw beweert tegenwoordig  zijn eigen duurzaamheidsverhaal te hebben, of probeert bij dit topic aan te haken. Maar hoe objectief zijn al deze verhalen?

Uitzonderingen daargelaten, maar bijvoorbeeld aannemers staat nou niet bepaald bekend als duurzaamheidsinitiators. Misschien dan wel conceptmatig, maar bij de keuze voor duurzame bouwmaterialen moeten er nog flinke stappen gemaakt worden. Het is dan ook op z`n zachtst gezegd opmerkelijk dat juist deze bedrijven opeens massaal vertegenwoordigd zijn in de  “ABN AMRO Duurzaamheids top-50”!

Natuurlijk zijn er ook veel bedrijven die zeker een interessant verhaal hebben en die daadwerkelijk ook het verschil maken of kúnnen gaan maken. Vooral de jonge startups geven een mooie impuls. De vraag blijft hier alleen in hoeverre de markt bereid is om deze partijen te omarmen. We willen allemaal wel dat “duurzaam” verder gaat dan de eerste 4 letters, is dat in de praktijk ook zo?

Dan is het maar goed dat er nog veel “believers” zijn, of dat nu een Thomas Rau of Michel Baars is, toevallig beide in de top 3, zij verspreiden op dit moment wel het duurzame woord: “the story” achter duurzaamheid.

Duurzaamheid als Business Case

Interessant wordt het pas als “duurzaam” een Business Case wordt, immers hoe sterk is dan de overtuiging nog? Laten we eerlijk zijn, ‘duurzaam’ is niet nieuw. Zo hebben we al meerdere jaren de duurzaamheid verweven in verschillende vormen van certificering. Europees werken we toe naar een Internationale Milieudatabank en commerciële initiatieven als een BREAAM leggen de nadruk op duurzaam vastgoed. Dus waarde geven aan het begrip duurzaamheid is al een tijd lang een brede ontwikkeling in de markt. Én dat is goed!

Maar let dan wel op dat er geen weeffouten in dit soort systemen komen. Dat we niet opeens een vorm van downcycling meer gaan waarderen dan producten met aanzienlijk langere levens- of gebruiksduur. Want die kant gaan we inmiddels wel op en dan wordt ‘duurzaam’ weer verwarrend.

“Wij hebben een interessant verhaal voor u”

“It`s all about Storytelling” is de titel van dit blog. Graag vertellen wij u ons verhaal, want wij hebben een interessant verhaal voor u!

Kent u het verhaal van die bakker overgebleven sneetjes brood inzamelde, hier een nieuw deeg van maakte en er opnieuw brood van bakt? Dat zou toch fantastisch zijn; naast een GFT-container thuis, ook een container voor overgebleven sneetjes brood. De broodresten worden retour gehaald door de bakken en alles wordt Cradle to Cradle opnieuw verwerkt.

Wie die bakker is? Die bakker dat zijn wij! Alleen bakken wij geen brood, maar “bakken” wij een homogene EPDM folie voor o.a. waterafdichting op daken, in gevels en bassins. In ons vakgebied hebben we het alleen niet over bloem en deeg, maar maken wij het iets spannender met elastomeren en plastomeren. Maar onze strekking is hetzelfde, materiaal dat nu wordt toegepast wordt als een langdurige en duurzame EPDM afdichting, kunnen wij weer upcyclen in ons productieproces.

Gewoon doen!

En het mooiste van onze story: het is geen businesscase, we doen het gewoon! Wij zijn niet genoodzaakt om op dit moment oudere dakbedekkingen van 20 of 30 jaar retour te halen, omdat het dak einde levensduur is. Onze daken overstijgen die jaren met gemak. Vanuit certificering voelen we die noodzaak wel: recycling is hot en scoort goed voor een duurzaam certificaat. Certificering is wel degelijk een businesscase geworden.

Nog even terugkomend op die weeffouten: het produceren van een bouwmateriaal dat aanzienlijk langer meegaat dan de benchmark, is niet meer voldoende. “Hoezo?”, hoor ik u denken. Sinds wij met LCA-berekeningen een hoge waarde geven aan het terughalen en recyclen van afgeschreven materialen, is het oprecht produceren van een duurzaam product niet meer voldoende. We moeten recyclen, ook als er niets te recyclen is!

De circulaire economie is ons, als producent van een homogene EPDM dakbedekking, op het lijf geschreven. Wij hebben hier oprecht een interessant verhaal te vertellen.  Maar pas op: laat duurzaamheid geen businesscase worden, laat het een mooi verhaal zijn dat in de praktijk wordt gebracht. Wij doen het dit jaar voor de 50ste keer, want al zolang wordt onze EPDM-dakbedekking al in Nederland toegepast. Ons verhaal is zuiver, wij drukken elk jaar gewoon op de ‘repeat button’.

Algemeen

Is de circulaire economie haalbaar?

Upcycling Hertalan - circulair bouwen

Sinds een jaar wordt in onze gemeente het plastic afval separaat ingezameld. Nooit geweten dat wij zo’n berg aan plastic verpakkingsmateriaal produceren. Nu is het recyclen van plastic een vorm van downcycling, door de diversiteit van het afval kan het haast niet meer de zuiverheid aannemen van de oorspronkelijke grondstof. Het is een beetje afhankelijk van wie je het vraagt, maar zo’n 70% van het ingezamelde plastic afval verdwijnt gewoon in de verbrandingsoven. Naar blijkt zitten er te veel verschillende soorten plastics door elkaar!

Maar wat zou het toch ideaal zijn als wij die schifting wel kunnen maken, dat we deze plastics weer kunnen “omvormen” naar die grondstoffen waaruit ze oorspronkelijk gemaakt zijn. De uiterste vorm van Cradle to Cradle.

Dan is het woord toch maar gevallen “Cradle to Cradle”, weet u wat deze inhoudt? Wanneer ‘mogen’ wij dit begrip gebruiken en wanneer geeft het juist die onderscheidende ‘touch’ aan onze producten?

Het proeven vaan duurzaamheid

Maar net als met zo veel andere duurzaamheidsbegrippen is ook Cradle to Cradle langzamerhand een containerbegrip aan het worden. Te veel ondernemingen maken er maar al te graag misbruik van. In theorie is de claim dan vaak wel terecht, maar praktisch worden deze niet of onvoldoende ondersteund. Duurzaamheid moet je ondervinden, je moet het “proeven”. Mijns inziens kan dit enkel en alleen als je direct in contact treedt met de producent. Alleen dan zal je ondervinden of een claim of certificering ook daadwerkelijk geleefd wordt.

Traditionele bouwkolom

Binnen de B&U zijn wij in Nederland vrij traditioneel, volgens mij hebben wij dit zelf niet altijd in de gaten. Natuurlijk realiseren wij de mooiste gebouwen, bouwen we binnen een paar dagen een woning, huisvesten we de beste architecten en lopen wij over van commissies, vakgroepen en samenwerkingsverbanden. Allemaal met zeer goede bedoelingen, maar uiteindelijk “hieven wij het glas, deden een plas en alles bleef zoals het was”.

We opereren nog steeds vanuit de lineaire gedachte waarin de prijs en daarmee ook de uitvoerende partijen bepalend zijn. De meeste projecten of projectonderdelen worden nog steeds op prijs vergeven en niet op basis van bijvoorbeeld een visie als “Total cost of ownership”.

Circulair Bouwen

De bouwkolom moet veel meer de kennis van de producent gaan omarmen. Degene die aan het begin van de keten staan zijn het meest flexibel en kunnen het beste schakelen. Wij producenten hebben de R&D in huis en kunnen met de vraag vanuit de markt iets ondernemen. Maar hoe kan het toch zijn dat degene die een project financiert en degene die de bouwproducten produceert niet bij elkaar aan tafel zitten. En dat de bouwer, de tussenliggende schakel, de regie in handen krijgt.